« Back to single view
Compare:
German ⇄
2 parallels
"Het welzijn der mensheid, haar vrede en veiligheid zijn onbereikbaar, tenzij en totdat haar eenheid blijvend tot stand is gebracht."
Deze profetische woorden, door Bahá'u'lláh uitgesproken in het afsluitende decennium van de negentiende eeuw, werden door de leiders van die tijd slechts genegeerd. Maar in het afsluitende decennium van de twintigste eeuw is de mensheid zich meer en meer bewust van haar onderlinge afhankelijkheid en is zij er uiteindelijk van overtuigd geraakt dat geen enkel individu instelling of natie in volkomen afzondering kan leven. De milieu- en ontwikkelingscrisis heeft velen er toe gebracht hun visie op de wereld opnieuw te doordenken en de aarde te zien als een organisch, onderling afhankelijk en verenigd systeem. Ten gevolge daarvan vindt het zoeken naar evenwicht tussen de behoeften van de maatschappij en de beperkte natuurlijke bronnen nu plaats in het bredere verband van zoeken naar evenwicht, vrede en harmonie binnen de maatschappij zelf.
De innige relatie tussen de eenheid van het menselijk ras en de gelijkwaardigheid van de seksen wordt in de bahá'í-geschriften uitgelegd: "... de vrouw heeft het recht een gelijke opleiding te krijgen als die van de man en heeft volledig recht op zijn privileges. Dat wil zeggen, er moet geen verschil zijn in de opleiding van de man en de vrouw, opdat de vrouw zich in het maatschappelijk en economische evenwicht als een bekwaam en belangrijk kan ontwikkelen als de man Dan zal de wereld eenheid en harmonie bereiken. In voorbije tijden was de mensheid gebrekkig en krachteloos, omdat zij onvolledig was. Oorlog en de hierdoor veroorzaakte verwoesting hebben de wereld geteisterd; de opleiding van de vrouw zal een grote stap zijn naar de afschaffing en beëindiging hiervan, want zij zal haar invloed aanwenden tegen de oorlog.
De vrouw brengt het kind groot en voedt de jeugd op tot volwassenheid. Zij zal weigeren haar zonen af te staan om op het slagveld geofferd te worden. Zij zal waarlijk de voornaamste factor zijn in het vestigen van wereldvrede en internationale arbitrage. Zonder enige twijfel zal de vrouw oorlogvoering onder de mensheid afschaffen."
Tot op heden hebben de meeste maatschappelijke organisatiesystemen vrouwen buitenspel gezet. Over de gehele linie hebben moderne ontwikkelingsstrategieën de neiging tot het in stand houden, en bij tijden verergeren, van toestanden van ongelijkheid. Om de ongelijkheid van de seksen aan te pakken, lanceerde de Verenigde Naties het Decennium van de Verenigde Naties voor Vrouwen: Gelijkheid, Ontwikkeling en Vrede (1975-1985). Onderzoek tijdens dit decennium maakte de vitale bijdrage van vrouwen aan het maatschappelijke en economische leven van hun land duidelijker zichtbaar. Het nieuwe onderzoek legde ook de nadruk op de overbodige lasten die door vrouwen worden gedragen, en de hindernissen die hun volledige deelname aan het maatschappelijk leven beletten. Nog betekenisvoller is dat het decennium vrouwen bijeen bracht en hun ongekende gelegenheden verschafte om inzichten en ervaringen uit te wisselen. Vrouwen ondervonden dat de gedeelde zorg voor hun eigen toekomst en voor die van de hele mensheid hen in staat stelden nationale, klasse- en rassengrenzen te overschrijden. Bovendien droeg het decennium bij tot de herleving van traditionele vrouwenorganisaties en het ontstaan van nieuwe Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO's) voor de speciale behoeften van vrouwen. Deze NGO's hebben een uitgebreid netwerk onder vrouwen mogelijk gemaakt door hen in staat te stellen hun behoeften onder woorden te brengen, hun eigen programma's op te zetten en een nieuw begin te maken met de beïnvloeding van beleidsvorming op alle niveaus. Het resultaat van inspanningen tijdens dit decennium was dat ontwikkelingsplanners aandacht gingen geven aan ontoegankelijkheid voor vrouwen tot onderwijs, techniek en krediet. Bureaus van de Verenigde Naties, nationale regeringen en internationale ontwikkelingsinstellingen hebben afdelingen opgericht die zich bezig houden met noden en zorgen van vrouwen.
Dit zijn opmerkelijke successen die krachtig moeten worden versterkt en uitgebreid. Ondanks enige vooruitgang echter, blijven vrouwen aan de zijlijn van de beleidsvorming en de systemen die hen traditioneel hebben onderdrukt, blijven grotendeels intact. In deze systemen wordt vastgehouden aan het overheersingspatroon dat de maatschappij gedurende duizenden jaren heeft gekarakteriseerd: mannen overheersen vrouwen; de ene etnische groep overheerst en andere; natie overheerst natie. Ondanks de onwilligheid van de mensheid om te veranderen begint volgend de bahá'í-geschriften "de weegschaal reeds over te hellen; kracht is niet meer doorslaggevend, terwijl een levendige geest, intuïtie en de geestelijke eigenschappen van liefde en dienstbaarheid welke de sterke kanten van de vrouw zijn, de overhand krijgen. Hierdoor zal het nieuwe tijdperk minder mannelijk zijn en meer doortrokken van vrouwelijke idealen, of om het nauwkeuriger uit te drukken, het zal een tijdperk worden waarin de mannelijke en de vrouwelijke elementen van de beschaving in evenwicht zullen zijn."
Terwijl vrouwen hun capaciteiten en bekwaamheden moeten ontwikkelen en voorwaarts moeten treden om een actieve rol te spelen bij het oplossen van de wereldproblemen, zal de uitwerking van hun acties toch beperkt blijven als mannen niet volledig meewerken. 'Vrouwen die samen in eenheid en harmonie werken, hebben al heel veel bereikt binnen de invloedssferen die voor hen open staan. Nu moeten vrouwen en mannen samenkomen als gelijkwaardige partners. Als mannen hun volle steun geven aan dit proces door vrouwen op alle terreinen van menselijke inspanning te verwelkomen, hun bijdrage te waarderen en hun deelname aan te moedigen, zullen mannen en vrouwen samen het morele en psychologische klimaat helpen creëren, waarin vrede kan ontstaan en waarin een milieuvriendelijke beschaving zich kan ontplooien en tot bloei kan komen.
De transformatie, die voor ware gelijkwaardigheid nodig is, zal ongetwijfeld moeilijk zijn voor zowel mannen als vrouwen omdat beiden opnieuw moeten evalueren wat bekend is en wat routine. Van beschuldiging moet worden afgezien omdat niemand er iets aan kan doen dat hij gevormd is door historische en sociologische krachten. Schuldgevoel moet worden afgeworpen ten gunste van verantwoordelijkheid voor groei. Met het oog op de diepgaande uitdagingen waarvoor de mensheid staat, zijn allen er verantwoordelijk voor te onderkennen dat het oude model niet langer werkt en allen zullen verantwoording verschuldigd zijn aan de toekomstige generaties voor hun rentmeesterschap met betrekking tot de menselijke beschaving en haar relatie tot de aarde.
Verandering echter is een evolutionair proces dat geduld vergt met het eigen ik en met anderen, en vereist liefdevolle opvoeding en het verstrijken van de tijd. De overgang zal worden vergemakkelijkt als mannen zich realiseren dat zij niet in staat zullen zijn hun volle potentieel te bereiken zo lang het vrouwen belet wordt het hunnen te verwerven. Inderdaad, als mannen het principe van gelijkwaardigheid actief bevorderen, hoeven vrouwen niet langer voor hun rechten te vechten. Geleidelijk zullen zowel mannen als vrouwen lang gekoesterde ongezonde houdingen verwerpen en de waarden die tot ware eenheid leiden, steeds meer in hun leven opnemen.
Naar de mening van Bahá'í International Community zal de ontplooiende, opkomende wereldbeschaving worden geschraagd door een algemene toewijding aan een nieuw stelsel van waarden, een gedeeld begrip van het evenwicht tussen rechten en verantwoordelijkheden, en de bereidheid van de kant van een ieder de hoogste belangen van de mensheid als geheel te dienen. Voor bahá'ís is de toewijding aan de emancipatie van de vrouw geen recente ontwikkeling noch is gelijkwaardigheid van de seksen een vaag ideaal. Het is onze overtuiging dat de eenwording van het menselijk ras afhangt van de verwezenlijking van de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen
De mensheid, zo leggen de bahá'í-geschriften uit, heeft het stadium van kleuterjaren, kinderjaren en woelige puberteit gepasseerd en nadert nu volwassenheid: een stadium dat getuige zal zijn van de reconstructie van de gehele beschaafde wereld; een wereld organisch verenigd in al de essentiële aspecten van het leven.
Deze profetische woorden, door Bahá'u'lláh uitgesproken in het afsluitende decennium van de negentiende eeuw, werden door de leiders van die tijd slechts genegeerd. Maar in het afsluitende decennium van de twintigste eeuw is de mensheid zich meer en meer bewust van haar onderlinge afhankelijkheid en is zij er uiteindelijk van overtuigd geraakt dat geen enkel individu instelling of natie in volkomen afzondering kan leven. De milieu- en ontwikkelingscrisis heeft velen er toe gebracht hun visie op de wereld opnieuw te doordenken en de aarde te zien als een organisch, onderling afhankelijk en verenigd systeem. Ten gevolge daarvan vindt het zoeken naar evenwicht tussen de behoeften van de maatschappij en de beperkte natuurlijke bronnen nu plaats in het bredere verband van zoeken naar evenwicht, vrede en harmonie binnen de maatschappij zelf.
De innige relatie tussen de eenheid van het menselijk ras en de gelijkwaardigheid van de seksen wordt in de bahá'í-geschriften uitgelegd: "... de vrouw heeft het recht een gelijke opleiding te krijgen als die van de man en heeft volledig recht op zijn privileges. Dat wil zeggen, er moet geen verschil zijn in de opleiding van de man en de vrouw, opdat de vrouw zich in het maatschappelijk en economische evenwicht als een bekwaam en belangrijk kan ontwikkelen als de man Dan zal de wereld eenheid en harmonie bereiken. In voorbije tijden was de mensheid gebrekkig en krachteloos, omdat zij onvolledig was. Oorlog en de hierdoor veroorzaakte verwoesting hebben de wereld geteisterd; de opleiding van de vrouw zal een grote stap zijn naar de afschaffing en beëindiging hiervan, want zij zal haar invloed aanwenden tegen de oorlog.
De vrouw brengt het kind groot en voedt de jeugd op tot volwassenheid. Zij zal weigeren haar zonen af te staan om op het slagveld geofferd te worden. Zij zal waarlijk de voornaamste factor zijn in het vestigen van wereldvrede en internationale arbitrage. Zonder enige twijfel zal de vrouw oorlogvoering onder de mensheid afschaffen."
Tot op heden hebben de meeste maatschappelijke organisatiesystemen vrouwen buitenspel gezet. Over de gehele linie hebben moderne ontwikkelingsstrategieën de neiging tot het in stand houden, en bij tijden verergeren, van toestanden van ongelijkheid. Om de ongelijkheid van de seksen aan te pakken, lanceerde de Verenigde Naties het Decennium van de Verenigde Naties voor Vrouwen: Gelijkheid, Ontwikkeling en Vrede (1975-1985). Onderzoek tijdens dit decennium maakte de vitale bijdrage van vrouwen aan het maatschappelijke en economische leven van hun land duidelijker zichtbaar. Het nieuwe onderzoek legde ook de nadruk op de overbodige lasten die door vrouwen worden gedragen, en de hindernissen die hun volledige deelname aan het maatschappelijk leven beletten. Nog betekenisvoller is dat het decennium vrouwen bijeen bracht en hun ongekende gelegenheden verschafte om inzichten en ervaringen uit te wisselen. Vrouwen ondervonden dat de gedeelde zorg voor hun eigen toekomst en voor die van de hele mensheid hen in staat stelden nationale, klasse- en rassengrenzen te overschrijden. Bovendien droeg het decennium bij tot de herleving van traditionele vrouwenorganisaties en het ontstaan van nieuwe Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO's) voor de speciale behoeften van vrouwen. Deze NGO's hebben een uitgebreid netwerk onder vrouwen mogelijk gemaakt door hen in staat te stellen hun behoeften onder woorden te brengen, hun eigen programma's op te zetten en een nieuw begin te maken met de beïnvloeding van beleidsvorming op alle niveaus. Het resultaat van inspanningen tijdens dit decennium was dat ontwikkelingsplanners aandacht gingen geven aan ontoegankelijkheid voor vrouwen tot onderwijs, techniek en krediet. Bureaus van de Verenigde Naties, nationale regeringen en internationale ontwikkelingsinstellingen hebben afdelingen opgericht die zich bezig houden met noden en zorgen van vrouwen.
Dit zijn opmerkelijke successen die krachtig moeten worden versterkt en uitgebreid. Ondanks enige vooruitgang echter, blijven vrouwen aan de zijlijn van de beleidsvorming en de systemen die hen traditioneel hebben onderdrukt, blijven grotendeels intact. In deze systemen wordt vastgehouden aan het overheersingspatroon dat de maatschappij gedurende duizenden jaren heeft gekarakteriseerd: mannen overheersen vrouwen; de ene etnische groep overheerst en andere; natie overheerst natie. Ondanks de onwilligheid van de mensheid om te veranderen begint volgend de bahá'í-geschriften "de weegschaal reeds over te hellen; kracht is niet meer doorslaggevend, terwijl een levendige geest, intuïtie en de geestelijke eigenschappen van liefde en dienstbaarheid welke de sterke kanten van de vrouw zijn, de overhand krijgen. Hierdoor zal het nieuwe tijdperk minder mannelijk zijn en meer doortrokken van vrouwelijke idealen, of om het nauwkeuriger uit te drukken, het zal een tijdperk worden waarin de mannelijke en de vrouwelijke elementen van de beschaving in evenwicht zullen zijn."
Terwijl vrouwen hun capaciteiten en bekwaamheden moeten ontwikkelen en voorwaarts moeten treden om een actieve rol te spelen bij het oplossen van de wereldproblemen, zal de uitwerking van hun acties toch beperkt blijven als mannen niet volledig meewerken. 'Vrouwen die samen in eenheid en harmonie werken, hebben al heel veel bereikt binnen de invloedssferen die voor hen open staan. Nu moeten vrouwen en mannen samenkomen als gelijkwaardige partners. Als mannen hun volle steun geven aan dit proces door vrouwen op alle terreinen van menselijke inspanning te verwelkomen, hun bijdrage te waarderen en hun deelname aan te moedigen, zullen mannen en vrouwen samen het morele en psychologische klimaat helpen creëren, waarin vrede kan ontstaan en waarin een milieuvriendelijke beschaving zich kan ontplooien en tot bloei kan komen.
De transformatie, die voor ware gelijkwaardigheid nodig is, zal ongetwijfeld moeilijk zijn voor zowel mannen als vrouwen omdat beiden opnieuw moeten evalueren wat bekend is en wat routine. Van beschuldiging moet worden afgezien omdat niemand er iets aan kan doen dat hij gevormd is door historische en sociologische krachten. Schuldgevoel moet worden afgeworpen ten gunste van verantwoordelijkheid voor groei. Met het oog op de diepgaande uitdagingen waarvoor de mensheid staat, zijn allen er verantwoordelijk voor te onderkennen dat het oude model niet langer werkt en allen zullen verantwoording verschuldigd zijn aan de toekomstige generaties voor hun rentmeesterschap met betrekking tot de menselijke beschaving en haar relatie tot de aarde.
Verandering echter is een evolutionair proces dat geduld vergt met het eigen ik en met anderen, en vereist liefdevolle opvoeding en het verstrijken van de tijd. De overgang zal worden vergemakkelijkt als mannen zich realiseren dat zij niet in staat zullen zijn hun volle potentieel te bereiken zo lang het vrouwen belet wordt het hunnen te verwerven. Inderdaad, als mannen het principe van gelijkwaardigheid actief bevorderen, hoeven vrouwen niet langer voor hun rechten te vechten. Geleidelijk zullen zowel mannen als vrouwen lang gekoesterde ongezonde houdingen verwerpen en de waarden die tot ware eenheid leiden, steeds meer in hun leven opnemen.
Naar de mening van Bahá'í International Community zal de ontplooiende, opkomende wereldbeschaving worden geschraagd door een algemene toewijding aan een nieuw stelsel van waarden, een gedeeld begrip van het evenwicht tussen rechten en verantwoordelijkheden, en de bereidheid van de kant van een ieder de hoogste belangen van de mensheid als geheel te dienen. Voor bahá'ís is de toewijding aan de emancipatie van de vrouw geen recente ontwikkeling noch is gelijkwaardigheid van de seksen een vaag ideaal. Het is onze overtuiging dat de eenwording van het menselijk ras afhangt van de verwezenlijking van de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen
De mensheid, zo leggen de bahá'í-geschriften uit, heeft het stadium van kleuterjaren, kinderjaren en woelige puberteit gepasseerd en nadert nu volwassenheid: een stadium dat getuige zal zijn van de reconstructie van de gehele beschaafde wereld; een wereld organisch verenigd in al de essentiële aspecten van het leven.
"The well-being of mankind, its peace and security, are unattainable unless and until its unity is firmly established." These prophetic words, uttered by Bahá'u'lláh during the closing decades of the nineteenth century were all but ignored by the leaders of that day. However, in the closing decade of the twentieth century, humanity has become increasingly aware of its interdependence and is convinced at last that no individual, institution or nation can live in total isolation from the whole. The environment/development crisis has caused many to rethink their view of the world and begin to look at the earth as a single organic, interdependent and unified system. Consequently, the search for balance between the needs of society and the limited resources of the natural world is taking place within the larger context of the search for balance, peace, and harmony within society itself.
The intimate link between the unity of the human race and equality of the sexes is explained in the Baha'i Writings: ". . . woman must be given the privilege of equal education with man and full right to his prerogatives. That is to say, there must be no difference in the education of male and female in order that womankind may develop equal capacity and importance with man in the social and economic equation. Then the world will attain unity and harmony. In past ages humanity has been defective and inefficient because it has been incomplete. War and its ravages have blighted the world; the education of woman will be a mighty step toward its abolition and ending, for she will use her whole influence against war. Woman rears the child and educates the youth to maturity. She will refuse to give her sons for sacrifice upon the field of battle. In truth, she will be the greatest factor in establishing universal peace and international arbitration. Assuredly, woman will abolish warfare among mankind."
To date, most systems of social organization have marginalized women. Overall, modern development strategies have tended to reinforce and, at times, exacerbate conditions of inequality. To address inequality of the sexes, the United Nations launched the land-mark "United Nations Decade for Women: Equality, Development and Peace (1975-1985)."As a result of research undertaken during the Decade, the vital contributions of women to the social and economic life of their nations became more visible. The new research also highlighted the unnecessary burdens borne by women and the obstacles preventing their full participation in society. More significantly, the Decade brought women together and provided them with unprecedented opportunities to exchange views and experiences. Women found that their shared concerns for their own future and for that of the human family enabled them to transcend national, class, and racial boundaries. In addition, the Decade catalyzed the revitalization of traditional women's organizations and the creation of new grass-roots Non-Governmental Organizations (NGOs) addressing specific needs of women. These NGOs have facilitated an extensive networking among women, empowering them to articulate their needs, design their own programs, and begin affecting policy-making at all levels. As a result of efforts undertaken during the Decade, development planners have begun to address women's lack of access to resources such as education, technology, and credit. United Nations agencies, national governments, and international development agencies have established divisions to address the needs and concerns of women.
These are significant achievements which must be greatly strengthened and expanded. Despite some progress, however, women remain on the fringes of policy making, and the systems which have traditionally oppressed them remain largely intact. These systems adhere to the pattern of domination that has characterized society for thousands of years: men have dominated women; one racial or ethnic group has dominated another; and nation has dominated nation. Notwithstanding humanity's reluctance to change, "the balance is already shifting" - according to the Baha'i Writings, "force is losing its weight and mental alertness, intuition, and the spiritual qualities of love and service, in which woman is strong, are gaining ascendancy. Hence the new age will be an age less masculine, and more permeated with the feminine ideals-or, to speak more exactly, will be an age in which the masculine and feminine elements of civilization will be more evenly balanced."
While women must develop their capacities and step forward to play an active role in solving the world's problems, the impact of their actions will be limited without the full cooperation of men. Women working together in unity and harmony have already achieved a great deal within the spheres of influence open to them. Now women must come together with men as equal partners. When men lend their full support to this process, welcoming women into all fields of human endeavor, valuing their contributions, and encouraging their participation, men and women together will help create the moral and psychological climate in which peace can emerge and an environmentally sustainable civilization can advance and flourish. The transformation required for true equality will undoubtedly be difficult for both men and women because both must re-evaluate what is familiar, what is routine. Blame must be relinquished because no individual can be faulted for having been shaped by historical, sociological forces. Guilt must be shed in favor of responsibility for growth. In the face of the profound challenges facing humanity, all are accountable for recognizing that the old model no longer works, and all will be answerable to future generations for their stewardship of human civilization and its relationship to the earth.
Change, however, is an evolutionary process requiring patience with one's self and others, loving education, and the passage of time. The transition will be eased when men realize that they will be unable to achieve their full potential as long as women are prevented from attaining theirs. Indeed, when men actively promote the principle of equality, women will no longer have to struggle for their rights. Gradually, both women and men will discard long- held unhealthy attitudes and progressively incorporate into their lives the values conducive to true unity.
In the opinion of the Baha'i International Community, the emerging world civilization will be sustained by a common commitment to a new set of values, a shared understanding of the balance between rights and responsibilities, and the willingness on the part of each to serve the best interests of humanity as a whole. For Baha'is, the commitment to the emancipation of women is not a recent development nor is equality of the sexes a vague ideal. It is our conviction that the unification of the human race depends on the establishment of the equality of men and women. Humanity, the Baha'i Writings explain, having passed through the stages of infancy, childhood, and turbulent adolescence, is now approaching maturity, a stage that will witness "the reconstruction and the demilitarization of the whole civilized world - a world organically unified in all the essential aspects of its life."
The intimate link between the unity of the human race and equality of the sexes is explained in the Baha'i Writings: ". . . woman must be given the privilege of equal education with man and full right to his prerogatives. That is to say, there must be no difference in the education of male and female in order that womankind may develop equal capacity and importance with man in the social and economic equation. Then the world will attain unity and harmony. In past ages humanity has been defective and inefficient because it has been incomplete. War and its ravages have blighted the world; the education of woman will be a mighty step toward its abolition and ending, for she will use her whole influence against war. Woman rears the child and educates the youth to maturity. She will refuse to give her sons for sacrifice upon the field of battle. In truth, she will be the greatest factor in establishing universal peace and international arbitration. Assuredly, woman will abolish warfare among mankind."
To date, most systems of social organization have marginalized women. Overall, modern development strategies have tended to reinforce and, at times, exacerbate conditions of inequality. To address inequality of the sexes, the United Nations launched the land-mark "United Nations Decade for Women: Equality, Development and Peace (1975-1985)."As a result of research undertaken during the Decade, the vital contributions of women to the social and economic life of their nations became more visible. The new research also highlighted the unnecessary burdens borne by women and the obstacles preventing their full participation in society. More significantly, the Decade brought women together and provided them with unprecedented opportunities to exchange views and experiences. Women found that their shared concerns for their own future and for that of the human family enabled them to transcend national, class, and racial boundaries. In addition, the Decade catalyzed the revitalization of traditional women's organizations and the creation of new grass-roots Non-Governmental Organizations (NGOs) addressing specific needs of women. These NGOs have facilitated an extensive networking among women, empowering them to articulate their needs, design their own programs, and begin affecting policy-making at all levels. As a result of efforts undertaken during the Decade, development planners have begun to address women's lack of access to resources such as education, technology, and credit. United Nations agencies, national governments, and international development agencies have established divisions to address the needs and concerns of women.
These are significant achievements which must be greatly strengthened and expanded. Despite some progress, however, women remain on the fringes of policy making, and the systems which have traditionally oppressed them remain largely intact. These systems adhere to the pattern of domination that has characterized society for thousands of years: men have dominated women; one racial or ethnic group has dominated another; and nation has dominated nation. Notwithstanding humanity's reluctance to change, "the balance is already shifting" - according to the Baha'i Writings, "force is losing its weight and mental alertness, intuition, and the spiritual qualities of love and service, in which woman is strong, are gaining ascendancy. Hence the new age will be an age less masculine, and more permeated with the feminine ideals-or, to speak more exactly, will be an age in which the masculine and feminine elements of civilization will be more evenly balanced."
While women must develop their capacities and step forward to play an active role in solving the world's problems, the impact of their actions will be limited without the full cooperation of men. Women working together in unity and harmony have already achieved a great deal within the spheres of influence open to them. Now women must come together with men as equal partners. When men lend their full support to this process, welcoming women into all fields of human endeavor, valuing their contributions, and encouraging their participation, men and women together will help create the moral and psychological climate in which peace can emerge and an environmentally sustainable civilization can advance and flourish. The transformation required for true equality will undoubtedly be difficult for both men and women because both must re-evaluate what is familiar, what is routine. Blame must be relinquished because no individual can be faulted for having been shaped by historical, sociological forces. Guilt must be shed in favor of responsibility for growth. In the face of the profound challenges facing humanity, all are accountable for recognizing that the old model no longer works, and all will be answerable to future generations for their stewardship of human civilization and its relationship to the earth.
Change, however, is an evolutionary process requiring patience with one's self and others, loving education, and the passage of time. The transition will be eased when men realize that they will be unable to achieve their full potential as long as women are prevented from attaining theirs. Indeed, when men actively promote the principle of equality, women will no longer have to struggle for their rights. Gradually, both women and men will discard long- held unhealthy attitudes and progressively incorporate into their lives the values conducive to true unity.
In the opinion of the Baha'i International Community, the emerging world civilization will be sustained by a common commitment to a new set of values, a shared understanding of the balance between rights and responsibilities, and the willingness on the part of each to serve the best interests of humanity as a whole. For Baha'is, the commitment to the emancipation of women is not a recent development nor is equality of the sexes a vague ideal. It is our conviction that the unification of the human race depends on the establishment of the equality of men and women. Humanity, the Baha'i Writings explain, having passed through the stages of infancy, childhood, and turbulent adolescence, is now approaching maturity, a stage that will witness "the reconstruction and the demilitarization of the whole civilized world - a world organically unified in all the essential aspects of its life."
Choose another text
parallels: