« Назад к одиночному виду Сравнение: нидерландский ⇄ 3 параллелей
нидерландский — Muziek.txt
Muziek

een compilatie


Oorspronkelijke titel: Bahá'í Writings on Music

Een compilatie uit boodschappen en brieven van Bahá'u'lláh, 'Abdu'l-Bahá en Shoghi Effendi.
Samengesteld door de Afdeling Onderzoek van het Universele Huis van Gerechtigheid, Haifa, Israel, 1973.
Uit het Engels vertaald onder toezicht van de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá'ís van Nederland.

Eerste druk, 1994


(c) Stichting Bahá'í Literatuur, Den Haag, 1994.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud

I. Passages uit de Geschriften van Bahá'u'lláh 1
II. Passages uit de Geschriften van 'Abdu'l-Bahá 2
III. Passages uit de toespraken van 'Abdu'l-Bahá 5
IV. Passages uit brieven geschreven namens Shoghi Effendi 8
Literatuuropgave 10
Overzicht verschenen uitgaven in de serie 11






I. Passages uit de Geschriften van Bahá'u'lláh:

1. Zing, o Mijn dienaar, de verzen Gods welke gij hebt ontvangen, gelijk aangeheven door hen die Hem nabij zijn, opdat de zoetheid van uw melodie uw eigen ziel mag doen ontbranden en het hart aller mensen mag aantrekken.
(Bahá'í gebedenboek, Woord Vooraf)

2. Wij hebben u toegestaan naar muziek en gezang te luisteren. Hoedt u, dat dit luisteren u er niet toe brengt de grenzen van welvoeglijkheid en waardigheid te overschrijden. Verheugt u in de blijdschap van Mijn Allergrootste Naam waardoor de harten in verrukking worden gebracht en de geest van de begunstigden wordt aangetrokken.
Wij hebben muziek gemaakt tot een ladder waarlangs zielen kunnen opstijgen tot het rijk in den hoge. Verander haar niet in vleugelen voor zelfzucht en hartstocht. Ik zoek Mijn toevlucht bij God, opdat gij niet tot de onwetenden behoort.
(Kitáb-i-Aqdas)

3. Gezegend is hij die bij het aanbreken van de dag zijn schreden naar de Mashriqu'l-Adhkár richt, zich in gebed tot Hem kerend, afgestemd op Zijn gedachtenis, Hem om vergeving smekend. En wanneer hij daar binnengetreden is laat hij in stilte luisteren naar de verzen van God, de Heerser, de Almachtige, de Alomgeprezene. Zeg, de Mashriqu'l-Adhkar is in waarheid ieder Huis dat in steden en dorpen wordt opgericht voor de vermelding van Mijn Naam. Aldus is voor Zijn Troon vastgesteld, wist gij dit slechts. En zij die de verzen van de Barmhartige in de welluidendste tonen zingen zullen daardoor datgene bereiken waarmee de koninkrijken van hemel en aarde zich nimmer kunnen meten. En daarvan zullen zij de geuren van Mijn rijken inademen die in deze dag door niemand worden bespeurd behalve wie het de verhevenste Schoonheid heeft vergund ze waar te nemen. Zeg, waarlijk, de verzen van de Barmhartige verheffen de smetteloze harten tot die rijken van de geest die niet met woorden beschreven of in symbolen kunnen worden uitgedrukt. Gezegend zijn zij die horen!
(Kitáb-i-Aqdas)

4. Leer uw kinderen hetgeen uit de hemel van majesteit en gezag is neergezonden, opdat zij de Tafelen van de Barmhartige op de meest welluidende tonen zullen opzeggen in de ruimten van de Mashriqu'l-Adhkár. Waarlijk, hij die is aangetrokken door de magneet van de liefde voor Mijn Naam, de Barmhartige, zal de verzen van God op zo'n wijze zeggen dat ze het hart van hen die in diepe slaap zijn in vervoering brengen. Wel gaat het hem die heeft gedronken van de uitgelezen wijn van eeuwig leven van de uitingen van zijn Heer, de Heer van Genade, door de kracht van deze verheven Naam waardoor iedere hoge en verheven berg tot stof verpulverd is.
(Kitáb-i-Aqdas)






II. Passages uit de Geschriften van 'Abdu'l-Bahá:

5. O vogel die lieflijk zingt van de Abhá Schoonheid! In deze nieuwe, wonderbare Beschikking zijn de sluiers van bijgeloof vaneengereten en zijn de vooroordelen van de oosterse volken veroordeeld. Bij bepaalde staten in het oosten werd muziek als laakbaar beschouwd, maar in dit nieuwe tijdperk heeft het duidelijke Licht in Zijn heilige Tafelen nadrukkelijk bekendgemaakt dat vocale en instrumentale muziek geestelijk voedsel voor het hart en de ziel is.
De muziekkunst behoort tot de kunsten die de hoogste lof waardig zijn, en deze ontroert het hart van allen die bedroefd zijn. Daarom, o gij Shahnáz1, speel en zing luide de heilige woorden van God in wonderschone klanken tijdens de bijeenkomsten der vrienden, opdat de luisteraar bevrijd moge worden van de ketenen van zorg en verdriet, en diens ziel moge opspringen van vreugde en zich verootmoedigen in gebed voor het rijk van Heerlijkheid.
(Selections from the Writings of 'Abdu'l-Bahá, p. 112)

6. Dank God dat gij onderricht zijt in muziek en zang en met een mooie stem zingt ter verheerlijking en lof van de Eeuwige, de Levende. Ik bid God dat gij deze gave moogt aanwenden voor het zingen van gebeden en smeekbeden, opdat de zielen tot leven gewekt mogen worden, de harten mogen worden aangetrokken en allen mogen ontvlammen door het vuur van de liefde Gods.
(Tablets of Abdul-Baha2, p. 512)

7. ... ofschoon geluiden slechts luchttrillingen zijn die de gehoorzenuw raken, en deze trillingen slechts toevallige verschijnselen zijn die worden meegevoerd door de lucht, zie hoe ze niettemin het hart beroeren. Een wonderschone melodie is als vleugels voor de geest, en doet de ziel trillen van blijdschap.
(Selections from the Writings of 'Abdu'l-Bahá, p. 147)

8. Er heerste de grootste vreugde, want - God zij geloofd! - de vrienden van de Barmhartige verbleven die dag enige tijd zingend van vreugde op het land van de Mashriqu'l-Adhkár en gedachten de Heer van het Lied met de grootste blijdschap...
Ik koester de hoop dat tijdens de komende Rid.ván er op het land van de Mashriqu'l-Adhkár een groot feest zal worden gevierd en een geestelijke herdenking wordt voorbereid en dat de melodieën van de viool en de mandoline en liederen tot eer en lof van de Heer der Heerscharen het gehele gehoor zullen verblijden en in vervoering zullen brengen.
(Tablets of Abdul-Baha, p. 101)

9. O dienares van God! Zing met prachtige melodieën in de bijeenkomsten van de dienaressen, tot verheerlijking en lof van uw Verhevenste Heer.
(Tablets of Abdul-Baha, p. 65)

10. O gij die zijt aangetrokken door het Koninkrijk! Voltooi uw studie in de muziekkunst en offer uzelf naar vermogen op aan de Heer van het Koninkrijk.
(Tablets of Abdul-Baha, p. 671)

11. ... een muzikale en melodieuze stem schenkt leven aan een bekoord hart, maar verlokt die zielen die zijn verstrikt in hartstocht en verlangen tot wellust.
(The Divine Art of Living, p. 100)

12. O dienaar van Bahá! Aan de Drempel van de Almachtige wordt muziek als een lovenswaardige wetenschap beschouwd, opdat gij de verzen in grote vergaderingen en bijeenkomsten prachtig en welluidend moogt zingen en in de Mashriqu'l-Adhkár zulke lofzangen moogt aanheffen dat ze de Schare in den Hoge in verrukking brengen. Zie op grond hiervan hoezeer de muziekkunst wordt bewonderd en geprezen. Tracht, als het kan, geestelijke melodieën, gezangen en liederen te zingen en de aardse muziek in harmonie met de hemelse melodie te brengen. Dan zult gij opmerken welk een grote invloed muziek heeft en welk een hemelse vreugde en hemels leven ze schenkt. Hef melodie en lied zo aan dat de nachtegalen van goddelijke mysteriën erdoor met vreugde en verrukking worden vervuld.
(Uit een onlangs vertaalde Tafel aan een gelovige)

13. Betuigt God dank dat zulk een schitterend gedicht als stromend water aan uw innerlijk talent is ontsproten. Zet de woorden ervan op muziek, en laat het vervolgens drukken en uitgeven.

14. Ik hoop vurig dat u alle Perzische gedichten die door de Gezegende Schoonheid zijn geopenbaard uit het hoofd zult leren en ze met onvergelijkelijk zoete stem op Bahá'í vergaderingen en bijeenkomsten zult zingen. De dag dat deze gedichten op westerse muziek gezet zullen worden is niet ver meer en de melodieuze tonen van deze liederen zullen in uiterste vreugde en blijdschap het Abhá Koninkrijk bereiken.

15. Ik smeek God dat Hij u en uw dochter in staat moge stellen van dag tot dag vastberadener en standvastiger te worden. O dienares van God! Span u onverdroten in de muziekkunst te bestuderen en God zal u voorzeker helpen.

16. ... Gij zijt bovenal vertrouwd met de harp en de lier en bedreven in de muziekkunst. Wanneer de muziek van deze wereld een harmonieus geheel vormt met die van het Koninkrijk zal het hart der mensen zo in vervoering gebracht worden dat hun geest zich in vervoering hoog zal verheffen.

17. O zanger met melodieuze stem! De wonderbaarlijke melodie die gij aanhief op de openbare Bahá'í bijeenkomst en de prachtige liederen die gij gezongen hebt wekten de bewondering van de bewoners van het Koninkrijk en de engelen des hemels. Weet voorzeker dat gij door de bekrachtigingen van de Heilige Geest heel bekwaam in de muziekkunst zult worden.

18. De muziekkunst moet tot op grote hoogte ontwikkeld worden want dit is een van de wonderschoonste kunsten en in dit glorierijke tijdperk van de Heer van Eenheid is het hoogst belangrijk haar te leren beheersen. Men moet evenwel trachten het stadium van artistieke volmaaktheid te bereiken en niet zijn als zij die zaken onafgemaakt laten liggen.

19. Span u in de muziekkunst te leren beheersen en zeer bedreven in het harpspel te worden.

20. Het is goed gebeden gezamenlijk te zingen, mits dit kan worden gedaan in een lieflijke melodie die het hart beroert.

21. O nachtegaal van Gods rozentuin!
Het zingen van liederen bezielt de wereld van de mens en brengt haar geluk, de toehoorders zullen opgetogen en blij zijn en hun diepere gevoelens zullen worden geraakt. Maar deze blijdschap, deze emotie gaat voorbij en zal binnen korte tijd zijn vergeten. Maar, geprezen zij God, gij hebt uw liederen doen opgaan in de melodieën van het Koninkrijk, dit zal de wereld van de geest troost schenken en geestelijke gevoelens eeuwig bevorderen. Dit zal eeuwig en de wenteling van eeuwen en tijdperken voortduren. Op u ruste de heerlijkheid van de Glorierijkste.

22. O Gods musicus!
... Zij die zingen van broederschap en verblijven in de tuinen van heiligheid moeten in dit tijdperk zo'n stroom van liederen ten gehore brengen dat de vogels in het veld in een vlaag van verrukking omhoogwieken; en zij moeten in dit goddelijke feest, dit hemelse festijn op zulk een wijze op de luit en de harp, de viool en de lier spelen dat de mensen van het oosten en het westen worden vervuld van buitengewone vreugde en blijdschap en in verrukking en geluk worden meegesleept. Nu betaamt het u de melodie van dat hemelse lied zo aan te heffen en muziek op die goddelijke luit zo ten gehore te brengen, dat Bárbud erdoor tot het leven terugkeert, Rúdakí wordt getroost, Fárábí rusteloos wordt en Ibn-i-Sína3 tot de Sinaï van God wordt geleid. Gij zijt gegroet en geprezen.






III. Passages uit de toespraken van 'Abdu'l-Bahá:


23. Wat is dit een wonderbaarlijke bijeenkomst! Wat is dit een wonderbaarlijke bijeenkomst! Dit zijn de kinderen van het Koninkrijk. Het lied waar we zojuist naar geluisterd hebben had een prachtige melodie en een prachtige tekst. De muziekkunst is goddelijk en indrukwekkend. Ze is het voedsel voor de ziel en de geest. Door de kracht en charme van muziek wordt de geest van de mens in vervoering gebracht. Ze heeft een wonderbaarlijke invloed en uitwerking op het hart van kinderen, want hun hart is zuiver en melodieën hebben grote invloed op hen. De sluimerende talenten waarmee het hart van deze kinderen is begiftigd zullen door de kunstvorm muziek tot uitdrukking komen. Daarom moet u zich inspannen om hen te bekwamen, leer hen voortreffelijk en op indrukwekkende wijze te zingen. Het is de plicht van ieder kind iets van muziek te weten, want zonder kennis van deze kunst kan men niet op de juiste wijze van de melodieën en stemmen genieten. Het is eveneens noodzakelijk dat de scholen muziekonderricht geven opdat de ziel en het hart van de leerlingen tot leven gewekt en verblijd worden en hun leven straalt van vreugde.
(Promulgation of Universal Peace, p. 52)

24. Muziek is een van de belangrijke kunsten. Ze heeft een grote invloed op de geest van de mens. Muziekklanken zijn bepaalde verschijnselen die een toevallige eigenschap bij etherische trillingen blijken te zijn, want stemgeluid is niets anders dan de weergave van trillingen die, als ze het trommelvlies bereiken, de gehoorzenuwen raken. Muziekklanken zijn dus die speciale effecten die door trillingen veroorzaakt worden. Ze hebben evenwel een uiterst doordringende invloed op de geest. Hoewel muziek in feite iets fysisch is, is de geweldige invloed die ze heeft van geestelijke aard en is ze het meest verbonden met het rijk van de geest. Als iemand graag een voordracht wil houden zal die doeltreffender blijken te zijn als er eerst muziek gespeeld wordt. De oude Grieken, evenals Perzische filosofen hadden de gewoonte hun voordrachten op de volgende manier te houden: eerst speelden ze enkele melodieën en als hun toehoorders daardoor een bepaalde ontvankelijkheid hadden bereikt lieten ze hun instrument dadelijk liggen en begonnen aan hun voordracht. Een van de beroemdste musici van Perzië was een zekere Bárbud; steeds wanneer er een belangrijke zaak aan het hof van de koning was bepleit, en de ministers er niet in waren geslaagd de koning te overtuigen, hadden ze de gewoonte de zaak meteen aan Bárbud voor te leggen, waarop hij met zijn instrument naar het hof ging en de meest passende en ontroerende muziek speelde; het doel werd meteen bereikt, omdat de koning onmiddellijk werd geraakt door de ontroerende muzikale melodieën, en er bepaalde grootmoedige gevoelens in zijn hart opwelden, en hij gewoonlijk toegaf. U kunt dit proberen: als u iets heel graag wilt en u wilt uw doel bereiken, tracht dat te doen bij een groot gehoor nadat een mooie solo ten gehore is gebracht, maar het moet wel zijn bij een publiek waarop muziek uitwerking heeft, want er zijn sommige mensen die zijn als een steen, en op stenen kan muziek geen uitwerking hebben.
Muziek is een belangrijk middel voor de opvoeding en ontwikkeling van de mensheid, maar de ene ware weg is door de Leringen van God. Muziek is als dit glas, dat bij voorkeur zuiver en gepolijst is. Het is precies als deze zuivere kelk die hier voor ons staat en de Leringen van God, de uitingen van God, zijn als het water. Als het glas of de kelk helemaal schoon en helder zijn en het water is ook volmaakt fris en helder, dan zal het Leven schenken; daarom maken de leringen van God, hetzij in de vorm van lofzangen of gebeden, als ze welluidend worden gezongen de diepste indruk.
Om deze reden zong David in melodieuze tonen de Psalmen in het Heilige der Heiligen in Jeruzalem. In dit Geloof is de muziekkunst van het allergrootste belang. Toen de Gezegende Schoonheid pas in de kazerne ('Akká) aangekomen was, sprak Hij herhaaldelijk deze woorden: "Als er onder de naaste volgelingen enkelen waren geweest die een of ander muziekinstrument hadden kunnen bespelen, bijv. de fluit of de harp, of hadden kunnen zingen, zou dat iedereen bekoord hebben". Kortom, muziek heeft een belangrijke rol in de relaties of uiterlijke en innerlijke hoedanigheden en eigenschappen van de mens, want ze is de bezieler of drijfkracht voor zowel de geestelijke als de materiële ontvankelijkheid. Wat is ze een drijfkracht in alle gevoelens van liefde! Als de mens verbonden is met de Liefde Gods, heeft muziek een grote uitwerking op hem.
(Table Talk, 'Akká, juli 1909, aangehaald in
Herald of the South, 13 januari 1933, p. 2-3)

25. Stemgeluid is het trillen van de lucht en is als de golven van de zee. De stem wordt gevormd met behulp van de lippen, keel, tanden, tong, enz. Deze veroorzaken een golving in de lucht, en deze golf bereikt de gehoorzenuw, en werkt er op in. Dat is de stem. Alles wat zuiver is, is te waarderen. Bijvoorbeeld: zuiver water is te waarderen, zuivere lucht is in hoge mate te waarderen. Daar alle zuivere dingen te waarderen en welgevallig zijn, is een zuivere stem zeer te waarderen en de oorzaak van grote vreugde.
Er zijn twee soorten stemmen. De ene geeft een gaaf geluid omdat het gehele instrument volkomen gaaf is. In het andere geval, als het instrument geschonden is, beïnvloedt dat de stem op een dergelijke wijze dat deze allesbehalve aangenaam klinkt. Wat we zojuist hebben gezegd heeft betrekking op het stemgeluid zelf.
Van nature scheppen hart en geest behagen en vreugde in alles waarin symmetrie, harmonie en volmaaktheid zichtbaar is. Bijvoorbeeld: een mooi huis, een mooi aangelegde tuin, een symmetrische lijn, een gracieuze beweging, een goed geschreven boek, prachtige kleren - in feite scheppen hart en geest behagen in alle dingen die in zichzelf bevallig en mooi zijn - daarom is het heel zeker dat een zuivere stem een diepgaand genoegen geeft. Wat is muziek? Het is een combinatie van harmonieuze geluiden. Wat is poëzie? Het is een symmetrische samenstelling van woorden. Ze zijn derhalve aangenaam door harmonie en ritme. Poëzie is veel effectiever en vollediger dan proza. Deze ontroert meer, want de compositie ervan is mooier.
Als mooie muziek wordt gezongen met een prachtige stem heeft dit een grote uitwerking, want beide zijn wenselijk en aangenaam. Al deze dingen hebben in zichzelf een ordening en zijn opgezet volgens de wetten van de natuur. Daarom komen zij overeen met de orde van het bestaan als iets dat in een mal past. Een zuivere stem past geheel in de mal van de natuur. Als de stem zuiver is, werkt dit in op het zenuwstelsel en dat beïnvloedt het hart en de geest.
In de wereld van het bestaan staan stoffelijke zaken en geestelijke werkelijkheden met elkaar in verband. Een van deze dingen is de stem die in verbinding staat met de geest, en de geest kan door dit middel in vervoering gebracht worden; want ofschoon de stem iets fysieks is, behoort ze tot de stoffelijke, natuurlijke ordeningen, en heeft daarom uitwerking.
Alle vormen die op de juiste wijze worden begrepen verblijden de geest. Melodieën zijn als water. De stem is als een bokaal. Zuiver water in een zuiver glas is aangenaam. Daarom is het aanvaardbaar. Maar zelfs als het water zuiver is, en het zit in een bokaal die dat niet is, zal deze bokaal het onaanvaardbaar maken. Daarom is een gebrekkige stem onplezierig, ook al is de muziek goed.
Kortom: hoewel melodieën behoren tot het materiële staan ze in verbinding met het geestelijke en hebben derhalve een grote uitwerking. Bepaalde melodieën brengen de geest in een gelukkige toestand, andere in een ongelukkige, weer andere zetten tot actie aan.
Al deze gevoelens kunnen worden veroorzaakt door stem en muziek, want via de zenuwen raken zij de geest en brengen deze in beweging. Muziek heeft zelfs uitwerking op dieren. Als ze bijvoorbeeld een kameel over een weg door de woestijn mee willen krijgen, maken ze enkele belletjes aan hem vast, of ze spelen op een fluit, en dit geluid verhindert hem de vermoeienis van de reis te beseffen; zijn zenuwstelsel wordt geraakt, maar zijn gedachten nemen niet toe, hij heeft slechts lichamelijke gewaarwordingen.
Wat er ook in het hart van de mens omgaat, muziek zet het in beweging en doet het ontwaken. Als een hart vol met goede gevoelens en een zuivere stem samengevoegd worden zal dat een grootse uitwerking hebben. Als er in het hart bijvoorbeeld liefde aanwezig is zal die liefde door muziek toenemen, totdat de intensiteit ervan nauwelijks meer te dragen is; maar als er slechte gedachten in het hart zijn, zoals haat, zullen die toenemen en zich vermenigvuldigen. De muziek die bijvoorbeeld in de oorlog gebruikt wordt wekt het verlangen op bloed te vergieten. De betekenis is dat muziek de gevoelens in het hart, welke die ook zijn, versterkt.
Sommige gevoelens komen bij toeval voor en sommige hebben een basis. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld van nature vriendelijk, maar zij kunnen toevallig verstoord zijn door een woedeuitbarsting. Maar als ze muziek horen zal de ware aard weer boven komen. Muziek doet echt de werkelijke, ware aard, de oorspronkelijke essentie, ontwaken.
Met welk doel u ook naar muziek luistert, dat doel zal erdoor versterkt worden. Als er bijvoorbeeld een concert ten behoeve van de armen en ongelukkigen wordt gegeven en als u er met dat doel in uw gedachten naar toe gaat, zal de muziek uw mededogen en vrijgevigheid versterken. Om deze reden wordt er in de oorlog muziek gebruikt. En zo is het met alles wat een prikkeling van de zenuwen veroorzaakt.
Maar de voornaamste uitwerking wordt veroorzaakt door het Woord, en wanneer woorden en een prachtige melodie met elkaar verenigd worden, wordt de voortreffelijkste harmonie tot stand gebracht.
(Woorden van 'Abdu'l-Bahá tot Mevr. Mary L. Lucas,
aangehaald in A Brief Account of My Visit to Acca,
uitgegeven door Bahá'í Publishing Society, Chicago,
Illinois, U.S.A.)






IV. Passages uit brieven4 geschreven namens Shoghi Effendi:

26. Wat betreft het zingen van enige van de liederen die door mevrouw ... geschreven zijn, denkt hij dat het een prachtig idee zou zijn; toen mevrouw Lua Getsinger bij de familie van de Meester logeerde, zong ze deze liederen ook vaak en probeerde ze deze aan de jongste kinderen van de familie te leren.
Hij denkt dat het vooral mooi zou zijn te zien dat kleine kinderen ze in groepsverband zingen.
(22 april 1928)

27. De Behoeder heeft grote waardering voor de liederen die u zo prachtig componeert. Ze behelzen beslist de werkelijkheid van het Geloof en zullen u zeker helpen de jongeren de Boodschap te brengen. Het is de muziek die ons helpt de menselijke geest te beïnvloeden; het is een belangrijk middel dat ons helpt met de ziel te communiceren. De Behoeder hoopt dat u met behulp hiervan de mensen de Boodschap zult brengen en hun hart zult aantrekken.
(Aan een gelovige, dd. 15 november 1932, aangehaald
in Bahá'í News, no. 71, p. 2, februari 1933)

28. Wat betreft de belangrijkste vraag die u hebt gesteld in verband met het zingen van liederen op Bahá'í bijeenkomsten: Hij vraagt mij u te antwoorden dat hij daar in het geheel geen bezwaar in ziet. Het element muziek is ongetwijfeld een belangrijk aspect van alle Bahá'í bijeenkomsten. De Meester zelf heeft het belang ervan benadrukt. Maar de vrienden moeten hierbij, evenals bij al het andere, de grenzen van gematigdheid niet overschrijden, en moeten grote zorg betrachten het strikt geestelijke karakter van al hun bijeenkomsten te handhaven. Muziek moet tot spiritualiteit leiden, en mits het een dergelijke atmosfeer schept, kan er geen bezwaar tegen bestaan.
Er moet echter wel een heel duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het zingen van liederen die door de gelovigen zijn gecomponeerd en het zingen van de heilige woorden.
(17 maart 1935)

29. Met het oog op uw vraag betreffende het gebruik van muziek in de Negentiendaagse feesten, wil hij alle vrienden verzekeren dat hij een dergelijke werkwijze niet alleen goedkeurt, maar het zelfs raadzaam acht dat de gelovigen in hun bijeenkomsten gebruik maken van liederen die door Bahá'ís zelf zijn gecomponeerd, en ook van die lofzangen, gedichten en liederen die op de heilige woorden zijn gebaseerd.
(7 april 1935)

30. Ofschoon er nu slechts het allereerste begin is van Bahá'í kunst, moeten de vrienden die vinden dat zij begaafd zijn in zulke aangelegenheden toch trachten hun gaven te ontwikkelen en te cultiveren en door hun werken, hoe onvolkomen ook, de goddelijke geest te weerspiegelen die Bahá'u'lláh in de wereld ingeblazen heeft.
(4 november 1937)

31. Muziek, als een der kunsten, is een natuurlijke culturele ontwikkeling en de Behoeder denkt niet dat "Bahá'í muziek" tot ontwikkeling gebracht moet worden, net zo min als we proberen een Bahá'í school voor schilder- of schrijfkunst op te zetten. De gelovigen zijn vrij te schilderen, schrijven en componeren wat hun talent hun ingeeft. Als er muziek wordt geschreven op de heilige geschriften, zijn de vrienden vrij er gebruik van te maken, maar het moet nimmer als een vereiste worden beschouwd dergelijke muziek op Bahá'í bijeenkomsten te hebben. Hoe verder de vrienden zich verwijderd houden van iedere stereotiepe vorm des te beter, want zij moeten beseffen dat de Zaak volmaakt universeel is, en wat een prachtige aanvulling lijkt op hun manier om een Feest etc. te vieren, zou in de oren van mensen van een ander land misschien als een onaangenaam geluid kunnen klinken én omgekeerd. Zo lang men muziek heeft omwille van de muziek is het in orde, maar men moet het niet als Bahá'í muziek beschouwen.
(Aan de Nationale Geestelijke Raad van de
Verenigde Staten, 20 juli 1946)

32. Tijdens de Bahá'í feesten mag gebruik worden gemaakt van instrumentale muziek.
(20 augustus 1956)

33. Wat betreft het uitgeven van een boek met Bahá'í liederen, begrijpt u het goed dat er in deze tijd geen culturele uitdrukking bestaat die Bahá'í genoemd kan worden (onderscheiden muziek, literatuur, schilderkunst, architectuur, etc., die de bloem van de beschaving zijn en niet aan het begin van een nieuwe Openbaring komen). Dit betekent echter niet, dat we geen Bahá'í liedjes hebben, met andere woorden liedjes geschreven door Bahá'ís over Bahá'í onderwerpen.
(Aan de Nationale Geestelijke Raad van de
Verenigde Staten, 21 september 1957)

34. U moet proberen de vragen over liedjes met het Revisie Comité of de Nationale Geestelijke Raad uit te werken. Een Bahá'í kan liedjes schrijven waarin het Geloof genoemd wordt. Dit is geen "Bahá'í muziek", maar muziek waarin het Geloof genoemd wordt. Dit is waarschijnlijk wat de Nationale Geestelijke Raad bedoelt.
(24 oktober 1957)






Literatuuropgave

1. Bahá'u'lláh, "Bahá'í Gebedenboek"
Stichting Bahá'í Literatuur - Den Haag 1988
2. Bahá'u'lláh, "Kitáb-i-Aqdas"
3. 'Abdu'l-Bahá, "Tablets of Abdul-Baha"
Bahá'í Publishing Committee - New York 1930
4. 'Abdu'l-Bahá, "Selections from the Writings
of 'Abdu'l-Bahá"
Bahá'í World Centre - Haifa 1978
5. 'Abdu'l-Bahá, "Promulgation of Universal Peace"
Bahá'í Publishing Trust - Wilmette 1982
6. 'Abdu'l-Bahá, "The Divine Art of Living"
Bahá'í Publishing Trust - Wilmette 1973

Overzicht verschenen uitgaven in de serie
compilaties uit Bahá'í teksten;:

1. De Opmars van het Geloof
uitgave NGR 1981
2. Het Hartebloed van de Zaak, Bahá'í Fondsen en Bijdragen
uitgave NGR 1985
3. Het Ontraden van Echtscheiding
uitgave NGR 1985
4. Bahá'í Bijeenkomsten
uitgave SBL 1986
5. Consultatie
uitgave NGR 1986
6. Gebed en Meditatie
uitgave SBL 1986
7. Het Gezin
uitgave SBL 1986
8. Bahá'í Jongeren
uitgave NGR 1986
9. Het Negentiendaagsfeest
uitgave SBL 1986
10. Vrede
uitgave SBL 1986
11. De Kracht van Goddelijke Bijstand
uitgave NGR 1987
12. Voortreffelijkheid in alle opzichten
uitgave NGR 1987
13. Huqúqu'lláh, Het Recht van God
uitgave NGR 1988
14. Politiek en Overheid
uitgave NGR 1989
15. Vrouwen
uitgave NGR 1989
16. Muziek
uitgave NGR 1989




NGR = Nationale Geestelijke Raad van de Bahá'ís van Nederland
SBL = Stichting Bahá'í Literatuur
1 Shahnáz, de naam die de ontvanger van deze Tafel kreeg, is ook de naam van een muzikale modus.

2 Het driedelige boek Tablets of Abdul-Baha is voor het eerst uitgegeven in de Verenigde Staten in de jaren na 1909. Na een tweede druk is het echter reeds lang niet meer herdrukt. De uitgave in 1978 door het Universele Huis van Gerechtigheid van het boek Selections of the Writings of `Abdu'l-Bahá heeft aan deze lacune een eind gemaakt.
3 Vroegere meesters in de muziek.

4 Alle passages zijn aanhalingen uit brieven aan individuele gelovigen, tenzij anders is aangegeven.
5 Alle passages zijn aanhalingen uit brieven aan individuele gelovigen, tenzij anders is aangegeven.




немецкий — Musik.txt Открыть отдельно →
Musik á Textzusammenstellung á Bahá'í Verlag GmbH, Auflage 2.04 (O-2021-06-12)

Musik
Textzusammenstellung

Aus den Schriften Bahá’u’lláhs

1

Singe die Verse Gottes, o Mein Diener, die du empfangen hast, wie jene sie singen, die Ihm nahe sind, damit die Süße deiner Weise deine eigene Seele entflamme und die Herzen aller Menschen anziehe.A1

2

Wir haben euch Musik und Gesang erlaubt, doch seht euch vor, dass dies euch nicht verleite, des Anstands und der Würde Grenzen zu überschreiten. Eure Freude entspringe Meinem Größten Namen, einem Namen, der das Herz frohlocken lässt und allen Gott Nahen den Geist mit Verzückung erfüllt. Wir haben wahrlich die Musik zu einer Leiter für eure Seelen gemacht, zu einem Mittel für ihren Aufschwung in das Reich der Höhe. So macht sie nicht zu einem Flügelpaar des Selbstes und der Leidenschaft. Wir wollen euch wahrlich nicht den Narren zugesellt sehen.A2

3

Selig ist, wer zur Stunde der Morgendämmerung seine Gedanken auf Gott richtet und, Seinem Gedenken hingegeben und Seine Vergebung erflehend, seine Schritte zum Mashriqu’l-AdhkárA3 lenkt, sich dort schweigend setzt und den Versen Gottes, des Souveräns, des Mächtigen, des Allgepriesenen lauscht. Sprich: Der Mashriqu’l-Adhkár ist ein jedes Bauwerk, das in Städten und Dörfern zu Meinem Lobpreis errichtet ist. Dies ist der Name, der ihm vor Gottes Thron verliehen ward, so ihr zu den Verständigen gehöret.
Wer die Verse des Allbarmherzigen in den melodischsten Tönen vorträgt, wird durch sie zu einer Erkenntnis gelangen, mit der sich die Souveränität über Erde und Himmel nicht vergleichen lässt. Aus ihnen werden die Menschen den Duft Meiner Welten verspüren - Welten, die an diesem Tage keiner erkennen kann außer denen, die durch diese hehre, diese strahlend schöne Offenbarung mit Scharfblick ausgestattet sind. Sprich: Diese Verse ziehen Herzen, die rein sind, hin zu jenen geistigen Welten, die weder beschrieben noch angedeutet werden können. Selig sind die Hörenden.A4

4

Lehret eure Kinder die Verse, die vom Himmel der Majestät und Macht offenbart wurden, auf dass sie in den melodischsten Tönen die Tafeln des Allbarmherzigen in den Hallen des Mashriqu’l-Adhkár vortragen. Wer durch die Anbetung Meines Namens, der Mitleidvollste, in Verzückung gerät, wird Gottes Verse so vortragen, dass er die Herzen der noch Schlummernden bezaubert. Wohl dem, der den mystischen Wein ewigen Lebens aus dem Worte seines barmherzigen Herrn trank in Meinem Namen - einem Namen, der jeden majestätisch ragenden Berg zu Staub zermalmt.A5

Aus Sendschreiben ‘Abdu’l-Bahás

5

In dieser neuen, wunderbaren Sendung wurden die Schleier des Aberglaubens zerrissen und die Vorurteile der östlichen Völker missbilligt. Die Musik wurde bei einigen östlichen Völkern als verwerflich angesehen, aber in diesem neuen Zeitalter hat das Licht der Offenbarung in Seinen heiligen Sendbriefen besonders dargelegt, dass Musik, gesungen oder gespielt, geistige Nahrung für Herz und Seele ist.
Die Musik gehört zu den Künsten, die höchstes Lob verdienen. Sie bewegt alle Herzen, die traurig sind. ... spiele und singe darum die heiligen Worte Gottes in den Versammlungen der Freunde mit herrlichen Tönen, so dass die Ketten des Kummers und der Sorge von den Hörern abfallen, ihre Seelen sich vor Freude erheben und sich demütig im Gebet dem Reiche der Herrlichkeit zuwenden.A6

6

Danke Gott, dass du Unterricht in Musik und Gesang hattest und mit angenehmer Stimme zum Ruhm und Preis des Ewigen, des Lebendigen singst. Ich bete zu Gott, dass du diese Gabe in Andacht und Gebet gebrauchst, die Seelen erquickst, die Herzen anziehst und alle entflammst mit dem Feuer der Gottesliebe!A7

7

Obwohl Töne nur Schwingungen der Luft sind, die auf den Hörnerv wirken, obwohl diese Schwingungen nur von der Luft transportierte Zufallserscheinungen sind - sieh; wie sie das Herz bewegen! Eine wundersame Melodie beflügelt den Geist und lässt die Seele vor Freude erschauern.A8

8

Höchste Freude kehrte ein, denn – Gott sei gepriesen – die Freunde des Barmherzigen verbrachten an jenem Tag einige Zeit fröhlich singend auf dem Gelände des Hauses der Andacht und gedachten des Herrn der Verse mit größter Freude ...
Ich hege die Hoffnung, dass kommenden Riḍván auf dem Gelände des Hauses der Andacht ein großes Fest stattfindet, dass eine geistige Feier vorbereitet wird und Klänge von Geigen und Mandolinen und Hymnen zum Lobpreis und zur Verherrlichung des Herrn der Heerscharen alle Anwesenden in freudige Erregung versetzen.A9

9

O Dienerin Gottes! Singe in den Versammlungen der Dienerinnen schöne Melodien, deinem Höchsten Herrn zum Lobpreis und zur Verherrlichung.A10

10

O du, der du hingezogen bist zum Königreich! Vollende das Studium der Musik und weihe dich, so gut du kannst, dem Herrn des Königreichs!A11

11

... eine wohltönende, melodische Stimme erfüllt ein zu Gott hingezogenes Herz mit Leben, aber Seelen, die in Leidenschaft und Begierde verstrickt sind, lockt sie zu Sinneslust.A12

12

O Diener Bahás! Musik wird an der Schwelle des Allmächtigen als lobenswerte Kunst angesehen. So singe bei großen Zusammenkünften und Versammlungen Verse in wunderbaren Melodien und lasse im Haus der Andacht Lobeshymnen erklingen, die die himmlischen Heerscharen entzücken. Bedenke, wie sehr die Kunst der Musik bewundert und gepriesen wird. So du kannst, versuche geistige Melodien, Lieder und Weisen zu verwenden und irdische Musik mit der Melodie des Himmels in Einklang zu bringen. Dann wirst du bemerken, wie groß der Einfluss der Musik ist und wie sie Leben und himmlische Freude schenkt. Stimme solche Melodie und Weise an, dass die Nachtigallen göttlicher Geheimnisse mit Freude und Begeisterung erfüllt werden.A13

Aus Ansprachen ‘Abdu’l-Bahás

13

Welch wunderbare Versammlung ist dies! Dies sind die Kinder des Königreichs. Das Lied, das wir gerade gehört haben, war sehr schön in Melodie und Wort. Musik ist eine göttliche Kunst und hat große Wirkung. Sie ist Nahrung für Seele und Geist. Die Macht und Anmut der Musik erhebt den Geist des Menschen. Sie hat wundersame Gewalt und Wirkung auf die Herzen der Kinder, denn ihre Herzen sind rein und Melodien bewegen sie sehr. Die verborgenen Talente, die in den Herzen dieser Kinder schlummern, werden durch das Mittel der Musik Ausdruck finden. Darum müsst ihr alles tun, um sie auszubilden. Lehrt sie, schön und wirkungsvoll zu singen. Jedes Kind sollte einige Kenntnis von Musik haben, denn ohne Kenntnis dieser Kunst kann man gespielte oder gesungene Musik nicht richtig genießen. Auch ist es notwendig, dass die Schulen Musikunterricht erteilen, damit Herzen und Seelen der Schüler belebt und heiter werden und Freude ihr Leben erhellt.A14

14

Die Musik ist eine wichtige Kunst. Sie hat große Wirkung auf den menschlichen Geist. Musikklänge sind etwas, das bei Ätherschwingungen auftreten kann, denn die Stimme ist nur Ausdruck von Schwingungen, die, wenn sie das Trommelfell erreichen, auf die Hörnerven wirken. So sind Melodien besondere Effekte, die durch oder von Schwingungen hervorgerufen werden. Sie haben jedoch eine sehr starke Wirkung auf den Geist. Obwohl die Musik etwas Materielles ist, ist doch ihre ungeheure Wirkung geistiger Art, und sie ist dem Reich des Geistes zutiefst verbunden. Will jemand einen Vortrag halten, wird dies nach einer musikalischen Einleitung wirkungsvoller sein. Die alten Griechen, ebenso wie persische Philosophen, pflegten ihre Vorträge auf folgende Art zu halten: Zuerst spielten sie einige Melodien, und wenn ihre Zuhörer dadurch aufnahmebereit waren, legten sie ihre Instrumente sofort beiseite und begannen mit dem Vortrag. Einer der berühmtesten Musiker Persiens war ein gewisser Barbod. Jedes Mal, wenn am Hofe des Königs eine wichtige Frage vorgebracht wurde und die Minister den König nicht überzeugen konnten, wandten sie sich sogleich an Barbod. Er pflegte dann mit seinem Instrument zu Hofe zu kommen und spielte die geeignetste und ergreifendste Musik, womit sofort der Zweck erreicht wurde, denn der König war sogleich von den zu Herzen gehenden Melodien berührt, Großmut erfüllte sein Herz, und er gab nach. Versucht folgendes: Wenn ihr einen großen Wunsch habt und euer Ziel erreichen wollt, dann versucht es bei einem großen Publikum, nachdem ein ergreifendes Solo vorgetragen wurde. Aber die Zuhörer müssen für Musik empfänglich sein, denn manche Menschen sind wie Steine, und Musik kann Steine nicht bewegen.
Musik ist ein wichtiges Mittel für Erziehung und Entwicklung der Menschheit, aber der einzig wahre Weg führt über die Lehren Gottes. Musik ist wie dieses vollkommen reine, blanke Glas. Sie ist wie dieser reine Kelch hier, und die Lehren Gottes, die Worte Gottes, sind wie das Wasser. Ist das Glas oder der Kelch vollkommen rein und makellos und das Wasser völlig frisch und klar, dann wird es Leben spenden. Daher sind die göttlichen Lehren, seien es Hymnen, Ansprachen oder Gebete, am eindrucksvollsten, wenn sie melodisch gesungen werden.
Deshalb sang auch David die Psalmen im Allerheiligsten in Jerusalem mit süßen Melodien. In dieser Sache Gottes ist die Kunst der Musik von allergrößter Bedeutung. Als die Gesegnete Vollkommenheit gerade in die KaserneA15 gekommen war, sprach Er aufs Neue: »Hätte einer der Gefährten ein Musikinstrument, etwa Flöte oder Harfe, gespielt oder hätte jemand singen können, ein jeder wäre bezaubert gewesen.« Musikklänge üben also einen wichtigen Einfluss auf Gedankenverbindungen, auf äußere wie innere Eigenheiten und Eigenschaften des Menschen, denn sie wecken oder fördern körperliche wie geistige Aufnahmebereitschaft. Welche anregende Macht ist die Musik bei allen Liebesgefühlen! Wenn der Mensch von der Liebe Gottes ergriffen ist, übt die Musik große Wirkung auf ihn aus.A16

15

Die Stimme ist Luftschwingung und gleicht Meereswellen. Die Stimme wird mit Lippen, Kehle, Zähnen, Zunge und so weiter erzeugt. Diese bringen die Luft zum Schwingen, diese Schwingung erreicht den Hörnerv und wirkt auf ihn, Das ist die Stimme.
Alles Reine ist annehmbar. Zum Beispiel: Reines Wasser ist annehmbar; frische Luft ist sehr annehmbar. Da alles Reine annehmbar und angenehm ist, ist auch eine reine Stimme höchst annehmbar und bringt große Freude.
Es gibt zwei Arten von Stimmen. Bei der einen ist das ganze Instrument vollkommen und damit auch der Klang. Bei der zweiten ist das Instrument unvollkommen, es beeinträchtigt die Stimme, so dass sie nicht gefallen kann. Was wir gerade gesagt haben, bezieht sich auf die Stimme selbst.
Es ist natürlich, dass Herz und Geist an allen Dingen Gefallen und Freude finden, die Gleichmaß, Wohlklang und Vollkommenheit zeigen. Zum Beispiel: ein schönes Haus, ein gut angelegter Garten, eine gleichmäßige Linie, eine anmutige Bewegung, ein gut geschriebenes Buch, gefällige Kleidung – alles Anmutige oder Schöne erfreut Herz und Geist. Deshalb schenkt eine reine Stimme ganz gewiss große Freude.
Was ist Musik? Sie ist eine Verbindung harmonischer Klänge. Was ist Dichtung? Im Ebenmaß geordnete Worte. Beide gefallen also durch Harmonie und Rhythmus. Poesie ist viel wirkungsvoller und vollkommener als Prosa. Sie berührt tiefer, denn sie ist von edlerer Ordnung.
Eine klare Stimme mit melodischer Begleitung ruft große Wirkung hervor, denn beide sind angenehm und wohltuend. Beide sind geordnet und nach dem Naturgesetz aufgebaut. Deshalb entsprechen sie der Seinsordnung wie etwas, das in eine Gussform passt. Eine reine Stimme passt in die Gussform der Natur. Wenn das der Fall ist, dann werden die Nerven angeregt, und diese beeinflussen Herz und Geist.
In der Welt des Seins besteht ein Zusammenhang zwischen körperlichen Dingen und geistigen Wirklichkeiten. Eines dieser Dinge ist die Stimme, die mit dem Geist verbindet. Da der Geist durch sie erbaut werden kann, ist die Stimme – obwohl etwas Physisches, eine stoffliche, natürliche Verbindung – wirksam.
Alle Formen erfreuen, richtig verstanden, den Geist. Melodien sind wie Wasser. Die Stimme ist wie ein Pokal. Klares Wasser in einem reinen Glas erfrischt und: ist annehmbar. In einem schmutzigen Pokal werden wir aber selbst reines Wasser zurückweisen. Daher missfällt eine fehlerhafte Stimme, selbst wenn die Musik gut ist.
Obwohl Melodien stofflich sind, sind sie mit dem Geistigen verbunden und üben daher eine große Wirkung aus. Eine bestimmte Art von Melodie beglückt den Geist, eine andere macht ihn traurig, eine andere spornt zum Handeln an.
Alle diese Gefühle können durch die Stimme und die Musik hervorgerufen werden, denn über die Nerven bewegt sie den Geist und regt ihn an. Sogar auf Tiere hat Musik eine Wirkung. Zum Beispiel: Will man ein Kamel eine Wüstenstraße entlang treiben, so bindet man ihm einige Glöckchen um oder man spielt auf der Flöte; dieser Klang lässt es die Anstrengung der Reise nicht spüren. Seine Nerven werden gereizt, aber seine Gedanken nehmen darum nicht zu, es hat nur körperliche Empfindungen.
Was im Menschenherzen ruht, wird durch Melodie berührt und wachgerufen. Treffen ein Herz voll guter Gefühle und eine reine Stimme zusammen, so entsteht eine große Wirkung. Ist etwa Liebe im Herzen, wird sie durch die Melodie wachsen bis sie kaum noch zu ertragen ist; nisten aber böse Gedanken im Herzen, wie Hass, so wird auch er zunehmen und sich vervielfachen. So erweckt zum Beispiel Kriegsmusik die Lust am Töten. Das heißt, die Melodie steigert die Gefühle, die im Herzen wohnen.
Manche Gefühle stellen sich zufällig ein, manche haben einen Grund. Manche Menschen sind zum Beispiel von Natur aus freundlich, können aber einmal durch Aufwallung von Zorn aus der Fassung geraten. Wenn sie aber Musik hören, wird sich ihre wahre Natur wieder durchsetzen. Musik erweckt wirklich die wahre, ursprüngliche Natur, das individuelle Wesen.
Musik verstärkt die Absicht, mit der man sie hört. Wird zum Beispiel ein Konzert für die Armen und Bedürftigen gegeben, und ihr besucht es und denkt an den Zweck des Konzerts, so wird die Musik Mitleid und Freigebigkeit bei euch steigern. Aus diesem Grund wird die Musik auch im Krieg verwendet. Und so ist es mit allem, was die Nerven reizt. Aber die Hauptwirkung wird durch das Wort Gottes verursacht, und wenn Worte mit einer schönen Melodie verbunden sind, entsteht vollkommene Harmonie.A17

Aus Briefen im Auftrag Shoghi Effendis

16

Was das Singen der von Frau ... geschriebenen Hymnen betrifft, meint er, dies sei eine ausgezeichnete Idee. Als Lua Getsinger bei der Familie des Meisters lebte, sang sie diese Lieder oft und bemühte sich, sie den kleinen Kindern der Familie beizubringen.
Er meint, es wäre besonders schön, wenn kleine Kinder sie zusammen singen.A18

17

Der Hüter schätzt die bewegenden Hymnen, die Sie komponieren. Sie enthalten zweifellos die Wirklichkeiten des Glaubens und werden Ihnen bestimmt helfen, die Botschaft an junge Menschen weiterzugeben: Die Musik hilft uns, auf den menschlichen Geist einzuwirken. Sie ist ein wichtiges Mittel, das uns hilft, mit der Seele in Verbindung zu treten. Der Hüter hofft, dass Sie mit dieser Hilfe den Menschen die Botschaft bringen und ihre Herzen anziehen werden.A19

18

Ihre Hauptfrage betraf das Singen von Hymnen bei Bahá’í-Veranstaltungen. Er wünscht, dass ich Ihnen antworte, dass nicht das Geringste dagegen einzuwenden ist. Musik ist zweifellos ein wichtiger Bestandteil aller Bahá’í-Versammlungen. Der Meister selbst hat ihre Bedeutung betont. Aber die Freunde sollten hierin, wie in allem anderen auch, die Grenzen der Mäßigung nicht überschreiten; sie sollten sorgfältig darauf achten, den streng geistigen Charakter all ihrer Versammlungen zu wahren. Musik sollte zur Vergeistigung führen, und vorausgesetzt, dass sie diese Atmosphäre schafft, kann es keine Einwände gegen sie geben.
Es ist jedoch sehr wichtig, klar zu unterscheiden zwischen dem Singen von Hymnen, die die Gläubigen komponiert haben, und dem Vortrag heiliger Worte.A20

19

Auf Ihre Frage zur Verwendung von Musik bei den Neunzehntagefesten bittet er Sie, allen Freunden zu versichern, dass er dies nicht nur begrüßt, sondern den Gläubigen sogar dazu rät, bei ihren Zusammenkünften Hymnen, die Bahá’í komponiert haben, und andere Lieder, Verse und Gesänge, die sich auf heilige Worte gründen, zu verwenden.A21

20

Obwohl Bahá’í-Kunst heute erst im Entstehen ist, sollten doch Freunde, die eine solche Begabung haben, sie entwickeln und pflegen, um durch ihre Werke – wie unvollkommen auch immer– den göttlichen Geist widerzuspiegeln, den Bahá’u’lláh der Welt einhauchte.A22

21

Musik ist eine Kunst und unterliegt deshalb natürlicher, kultureller Entwicklung; der Hüter ist der Meinung, dass keine eigene ›Bahá’í-Musik‹ ausgebildet werden sollte, ebenso wenig wie wir versuchen, eine Bahá’í-Schule der Malerei oder Literatur zu entwickeln. Die Gläubigen können malen, schreiben und komponieren, wie ihre Begabung es ihnen eingibt. Werden die heiligen Schriften vertont, können die Freunde diese Musik verwenden; man sollte nur niemals meinen, Bahá’í-Versammlungen erforderten solche Musik. Je mehr sich die Freunde starrer Formen enthalten, desto besser, denn sie müssen erkennen, dass die Sache Gottes allumfassend ist, und was nach ihrem Geschmack ein Fest oder dergleichen verschönt, könnte Menschen aus einem anderen Land unangenehm in den Ohren klingen – und umgekehrt. Solange die Freunde Musik um der Musik willen verwenden, ist es gut, aber sie sollten in ihr nicht ›Bahá’í-Musik‹ sehen.A23

22

Was die Herstellung eines Buches mit Bahá’í-Liedern betrifft, ist Ihre Auffassung richtig, dass es zurzeit keinen kulturellen Ausdruck gibt, der den Namen Bahá’í-Kunst verdiente. (Eine charakteristische Musik, Literatur, Kunst, Architektur und so weiter sind Blüte einer Kultur und stehen nicht am Anfang einer neuen Offenbarung). Das bedeutet jedoch nicht, dass wir keine Bahá’í-Lieder hätten, also Lieder, die von Bahá’í über Bahá’í-Themen geschrieben wurden.A24

23

Sie sollten versuchen, alle Fragen zu Liedern mit dem Überprüfungsausschuss oder dem Nationalen Geistigen Rat zu klären. Ein Bahá’í kann Lieder schreiben, die den Glauben erwähnen. Das ist keine Bahá’í-Musik, sondern Musik, in der der Glaube erwähnt wird. Wahrscheinlich hat das auch der Nationale Geistige Rat gemeint.A25

Quellenangaben

Anmerkungen

A1 Bahá’u’lláh, in: Ährenlese, Bahá’í-Verlag 2012, 136:2
A2 Bahá’u’lláh, Kitáb-i-Aqdas, Bahá’í-Verlag 2012, K:51
A3 ›Dämmerort des Lobpreises Gottes‹
A4 Bahá’u’lláh, Kitáb-i-Aqdas, Bahá’í-Velag 2012, K:115-116
A5 Bahá’u’lláh, Kitáb-i-Aqdas, Bahá’í-Verlag 2012, K:150
A6 ‘Abdu’l-Bahá, in: Briefe und Botschaften, Bahá’í-Verlag 1988, 74:1-2
A7 ‘Abdu’l-Bahá, in: Bahá’í World Faith, Selected Writings of Bahá’u’láh and ‘Abdu’l-Bahá, Wilmette, 21956, p. 378
A8 ‘Abdu’l-Bahá, in: Briefe und Botschaften, Bahá’í-Verlag 1988, 129:4
A9 ‘Abdu’l-Bahá, in: Tablets of ‘Abdu’l-Bahá, p. 101
A10 ‘Abdu’l-Bahá, in: Tablets of ‘Abdu’l-Bahá, p. 65
A11 ‘Abdu’l-Bahá, in: Tablets of ‘Abdu’l-Bahá, p. 671
A12 ‘Abdu’l-Bahá, in: Bahá’í World Faith, p. 366
A13 Aus einem neu übersetzten Tablet an einen Gläubigen
A14 ‘Abdu’l-Bahá, in: The Promulgation of Universal Peace, p. 52
A15 ‘Akká
A16 Tischgespräch in ‘Akká, Juli 1909, zitiert in: The Herald of the South, 13. January 1933, p. 2
A17 ‘Abdu’l-Bahá zu Mary L. Lucas, zitiert in: A Brief Account of My Visit to Acca
A18 22. April1928, an einen Gläubigen
A19 15. November 1932, an einen Gläubigen, zitiert in: Bahá’í News, No. 71, February 1933, p. 2
A20 17. März 1935, an einen Gläubigen
A21 7. April 1935, an einen Gläubigen; s. a. Bahá’í-Versammlungen und Neunzehntagefest, S. 35
A22 4. November 1937, an einen Gläubigen
A23 20. Juli 1946, an den Nationalen Geistigen Rat der Vereinigten Staaten
A24 21. September 1957, an den Nationalen Geistigen Rat der Vereinigten Staaten
A25 24. Oktober 1957, an einen Gläubigen