فهرست همموضعی (KWIC) KWIC
این چیست؟
Keyword-in-Context shows every occurrence of a word across the texts you choose, one line each, with the word aligned in the middle and its surrounding words on either side. Reading down the centre column lets you see at a glance how the word is used — its recurring neighbours, fixed phrases, and different senses across traditions. It's a tool for studying a word; to find a passage to read, use Search instead.
یا یک پوشه را در درخت متون انتخاب کنید:
151 بار تکرار amor در 28 متن در /nl/Christendom
| nl/Christendom/Jozua 1.txt 15 | ||
|---|---|---|
| gij uit Egypte trokt; en wat gij aan de beide koningen der | Amor | ieten, Sihon en Og, aan gene zijde van den Jordaan, gedaan h |
| ven zal de Kanaänieten, Hethieten, Ferezieten, Girgasieten, | Amor | ieten en Jebusieten. 3:11 Zie, de ark des verbonds van den b |
| ezen te allen tijde. Jozua 5 5:1 Toen nu al de koningen der | Amor | ieten, die aan gene zijde van den Jordaan tegen het Westen w |
| dit volk over den Jordaan gevoerd, om ons in de handen der | Amor | ieten te geven en ons om te brengen? Och, dat wij aan gene z |
| terzijde van den berg Libanon waren, namelijk de Hethieten | Amor | ieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten: 9:2 |
| e gedaan heeft, 9:10 en alwat Hij aan de beide koningen der | Amor | ieten aan gene zijde van den Jordaan gedaan heeft: aan Sihon |
| . 10:5 Toen kwamen te zamen en trokken op vijf koningen der | Amor | ieten: de koning van Jeruzalem, de koning van Hebron, de kon |
| t ons opwaarts, verlos en help ons; want al de koningen der | Amor | ieten, die op het gebergte wonen, hebben zich tegen ons verg |
| Toen sprak Jozua met den Heer op dien dag, toen de Heer de | Amor | ieten overgaf voor de kinderen van Isral, en hij sprak in d |
| woonden: 11:3 de Kanaänieten tegen het Oosten en Westen, de | Amor | ieten, Hethieten, Ferezieten en Jebusieten op het gebergte, |
| ele vlakke veld tegen het Oosten: 12:2 Sihon, de koning der | Amor | ieten, die te Hesbon woonde, en heerste van Aroër af, dat aa |
| eken, in de woestijn en tegen het Zuiden was: de Hethieten, | Amor | ieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten. 12:9 |
| Meara der Sidoniërs tot Afek toe, tot aan den grenspaal der | Amor | ieten; 13:5 alsook het land der Gibleieten, en de gehele Lib |
| Dibon toe; 13:10 en al de steden van Sihon, den koning der | Amor | ieten, die te Hesbon regeerde, tot aan den grenspaal der kin |
| t vlakke veld, en het gehele rijk van Sihon, den koning der | Amor | ieten, die te Hesbon regeerde, dien Mozes sloeg, benevens de |
| nl/Christendom/Nehemia 1.txt 1 | ||
| m zijnen zade te geven het land der Kanaänieten, Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Jebusieten en Girgasieten; en Gij hebt uw |
| nl/Christendom/Richteren 1.txt 11 | ||
| th-Sémes en van Beth-Anath werden hun cijnsbaar. 1:34 En de | Amor | ieten drongen de kinderen van Dan naar het gebergte, en zij |
| , dat zij beneden in de laagte kwamen; 1:35 ook begonnen de | Amor | ieten te wonen op het gebergte van Heres, te Ajjalon en te S |
| zwaar werd, werden zij cijnsbaar. 1:36 En de grenspaal der | Amor | ieten was, waar men naar Akrabbim opgaat, en van de steenrot |
| deren Israls alzo woonden onder de Kanaänieten, Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, 3:6 namen zij zic |
| ot u: Ik ben de Heer, uw God; vreest niet voor de goden der | Amor | ieten, in wier land gij woont. Maar gij hebt naar mijne stem |
| ren Israls aan gene zijde van den Jordaan, in het land der | Amor | ieten, dat in Gilead ligt. 10:9 Ook trokken de kinderen Ammo |
| sprak tot de kinderen Israls: Hebben u de Egyptenaars, de | Amor | ieten, de kinderen Ammons, de Filistijnen, 10:12 de Sidoniër |
| ieten. 11:19 En Isral zond boden tot Sihon, den koning der | Amor | ieten, te Hesbon, en liet aan hem zeggen: Laat ons door uw l |
| , en zij sloegen hen; alzo nam Isral al het land in van de | Amor | ieten, die in deze landstreek woonden, 11:22 en zij namen al |
| landstreek woonden, 11:22 en zij namen al de grenspalen der | Amor | ieten in, van de Arnon af tot aan de Jabbok toe, en van de w |
| rdaan toe. 11:23 Zo heeft nu de Heer, de God van Isral, de | Amor | ieten uit hun erf verdreven voor zijn volk Isral, en gij wi |
| nl/Christendom/_Legacy/Deuteronomium 1.txt 15 | ||
| en in last gegeven had; 1:4 nadat hij Sihon, den koning der | Amor | ieten, die te Hesbon woonde, verslagen had, alsook Og, den k |
| 7 keert u dan en trekt heen, opdat gij tot het gebergte der | Amor | ieten komt, en tot al hunne naburige volken in het vlakke ve |
| k is, gelijk gij gezien hebt, den weg naar het gebergte der | Amor | ieten, zoals de Heer, onze God, ons geboden had; en wij kwam |
| 20 Toen sprak ik tot ulieden: Gij zijt aan het gebergte der | Amor | ieten gekomen, hetwelk de Heer, onze God, ons geven zal. 1:2 |
| ij ons uit Egypteland gevoerd, opdat Hij ons in de hand der | Amor | ieten zou geven om ons te verdelgen. 1:28 Waar zullen wij he |
| el, en trokt opwaarts op het gebergte. 1:44 Toen trokken de | Amor | ieten uit, die op dat gebergte woonden, u te gemoet, en joeg |
| gaat over de beek Arnon; zie, Ik heb Sihon, den koning der | Amor | ieten te Hesbon, in uwe hand gegeven met zijn land; begint h |
| gij zult met hem doen gelijk gij met Sihon, den koning der | Amor | ieten die te Hesbon woonde, gedaan hebt. 3:3 Alzo gaf de Hee |
| jde van den Jordaan uit de handen van de beide koningen der | Amor | ieten, van de beek Arnon af tot aan den berg Hermon, 3:9 [we |
| erg Hermon, 3:9 [welken de Sidoniërs Sirjon noemen, maar de | Amor | ieten noemen hem Senir], al de steden ten plattelande, 3:10 |
| tegenover Beth-Peor, in het land van Sihon, den koning der | Amor | ieten, die te Hesbon woonde, dien Mozes en de kinderen Israë |
| ok het land van Og, den koning van Basan: twee koningen der | Amor | ieten, die aan gene zijde van den Jordaan waren tegen den op |
| ebben vele volken voor uwe ogen: de Hethieten, Girgasieten, | Amor | ieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, zeve |
| 0:17 maar gij zult hen verbannen, namelijk de Hethieten, de | Amor | ieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebu |
| en gelijk Hij gedaan heeft aan Sihon en Og, de koningen der | Amor | ieten, en aan hun land, die Hij verdelgd heeft. 31:5 Wanneer |
| nl/Christendom/_Legacy/Psalmen 1.txt 2 | ||
| g, en machtige koningen doodde, 135:11 Sihon den koning der | Amor | ieten, en Og den koning van Basan, en alle koninkrijken in K |
| t zijne goedheid duurt eeuwig: 136:19 Sihon, den koning der | Amor | ieten, want zijne goedheid duurt eeuwig, 136:20 en Og, den k |
| nl/Christendom/_Legacy/Ezechiel 1.txt 2 | ||
| e geboorte is uit het land der Kanaänieten, uw vader uit de | Amor | ieten en uwe moeder uit de Hethieten. 16:4 Uwe geboorte is a |
| verstoten: uwe moeder was uit de Hethieten en uw vader een | Amor | iet; 16:46 Samarië was uwe oudere zuster, met hare dochters, |
| nl/Christendom/_Legacy/Exodus 1.txt 4 | ||
| g vloeit, namelijk aan de plaats der Kanaänieten Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten. 3:9 Dewijl dan nu |
| e van Egypte voeren in het land der Kanaänieten, Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, in het land, in h |
| Heer u brengen zal in het land der Kanaänieten, Hethieten, | Amor | ieten, Hevieten en Jebusieten, hetwelk Hij uwen vaderen gezw |
| 23:23 Als nu mijn Engel voor u uitgaat, en u brengt tot de | Amor | ieten, Hethieten, Ferezieten, Kanaänieten, Hevieten en Jebus |
| nl/Christendom/Numeri 1.txt 13 | ||
| het land, tegen het Zuiden, de Hethieten, en Jebusieten en | Amor | ieten wonen op het gebergte, en de Kanaänieten wonen aan de |
| ie in de woestijn is en die ontspringt aan de landpalen der | Amor | ieten; want de Arnon is de grensscheiding van Moab, tussen M |
| t de Arnon is de grensscheiding van Moab, tussen Moab en de | Amor | ieten. 21:14 Daarom zegt men in het boek der oorlogen des He |
| ziet 21:21 En Isral zond boden naar Sihon, den koning der | Amor | ieten, en liet hem zeggen: 21:22 Laat mij door uw land trekk |
| nam Isral al deze steden in, en woonde in alle steden der | Amor | ieten, te Hesbon en in alle haar onderhorige plaatsen. 21:26 |
| en. 21:26 Want Hesbon was de stad van Sihon, den koning der | Amor | ieten; en hij had te voren met den koning der Moabieten gest |
| zijne dochteren gevangen gevoerd tot Sihon, den koning der | Amor | ieten; 21:30 hunne heerlijkheid is te niet geworden, van Hes |
| an Medeba strekt". 21:31 Alzo woonde Isral in het land der | Amor | ieten. 21:32 En Mozes zond verspieders uit naar Jaëzer, en z |
| er, en zij namen hare onderhorige plaatsen in, en dreven de | Amor | ieten uit, die daarin waren; 21:33 en zij keerden zich en tr |
| gij zult met hem doen gelijk gij met Sihon, den koning der | Amor | ieten, gedaan hebt, die te Hesbon woonde. 21:35 En zij versl |
| :2 En toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Isral den | Amor | ieten gedaan had, 22:3 toen vreesden de Moabieten zeer voor |
| en zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, den koning der | Amor | ieten, en het koninkrijk van Og, den koning van Basan, het l |
| sse, gingen naar Gilead, en veroverden het, en verdreven de | Amor | ieten, die daarin waren. 32:40 Toen gaf Mozes Gilead aan Mac |
| nl/Christendom/Ezra 1.txt 1 | ||
| rezieten, Jebusieten, Ammonieten, Moabieten, Egyptenaars en | Amor | ieten; 9:2 want zij hebben hunne dochters voor zich en hunne |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/07 Richteren.txt 11 | ||
| th-Sémes en van Beth-Anath werden hun cijnsbaar. 1:34 En de | Amor | ieten drongen de kinderen van Dan naar het gebergte, en zij |
| , dat zij beneden in de laagte kwamen; 1:35 ook begonnen de | Amor | ieten te wonen op het gebergte van Heres, te Ajjalon en te S |
| zwaar werd, werden zij cijnsbaar. 1:36 En de grenspaal der | Amor | ieten was, waar men naar Akrabbim opgaat, en van de steenrot |
| deren Israëls alzo woonden onder de Kanaänieten, Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, 3:6 namen zij zic |
| ot u: Ik ben de Heer, uw God; vreest niet voor de goden der | Amor | ieten, in wier land gij woont. Maar gij hebt naar mijne stem |
| ren Israëls aan gene zijde van den Jordaan, in het land der | Amor | ieten, dat in Gilead ligt. 10:9 Ook trokken de kinderen Ammo |
| sprak tot de kinderen Israëls: Hebben u de Egyptenaars, de | Amor | ieten, de kinderen Ammons, de Filistijnen, 10:12 de Sidoniër |
| ieten. 11:19 En Israël zond boden tot Sihon, den koning der | Amor | ieten, te Hesbon, en liet aan hem zeggen: Laat ons door uw l |
| , en zij sloegen hen; alzo nam Israël al het land in van de | Amor | ieten, die in deze landstreek woonden, 11:22 en zij namen al |
| landstreek woonden, 11:22 en zij namen al de grenspalen der | Amor | ieten in, van de Arnon af tot aan de Jabbok toe, en van de w |
| rdaan toe. 11:23 Zo heeft nu de Heer, de God van Israël, de | Amor | ieten uit hun erf verdreven voor zijn volk Israël, en gij wi |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/05 Deuteronomium.txt 15 | ||
| en in last gegeven had; 1:4 nadat hij Sihon, den koning der | Amor | ieten, die te Hesbon woonde, verslagen had, alsook Og, den k |
| 7 keert u dan en trekt heen, opdat gij tot het gebergte der | Amor | ieten komt, en tot al hunne naburige volken in het vlakke ve |
| k is, gelijk gij gezien hebt, den weg naar het gebergte der | Amor | ieten, zoals de Heer, onze God, ons geboden had; en wij kwam |
| 20 Toen sprak ik tot ulieden: Gij zijt aan het gebergte der | Amor | ieten gekomen, hetwelk de Heer, onze God, ons geven zal. 1:2 |
| ij ons uit Egypteland gevoerd, opdat Hij ons in de hand der | Amor | ieten zou geven om ons te verdelgen. 1:28 Waar zullen wij he |
| el, en trokt opwaarts op het gebergte. 1:44 Toen trokken de | Amor | ieten uit, die op dat gebergte woonden, u te gemoet, en joeg |
| gaat over de beek Arnon; zie, Ik heb Sihon, den koning der | Amor | ieten te Hesbon, in uwe hand gegeven met zijn land; begint h |
| gij zult met hem doen gelijk gij met Sihon, den koning der | Amor | ieten die te Hesbon woonde, gedaan hebt. 3:3 Alzo gaf de Hee |
| jde van den Jordaan uit de handen van de beide koningen der | Amor | ieten, van de beek Arnon af tot aan den berg Hermon, 3:9 [we |
| erg Hermon, 3:9 [welken de Sidoniërs Sirjon noemen, maar de | Amor | ieten noemen hem Senir], al de steden ten plattelande, 3:10 |
| tegenover Beth-Peor, in het land van Sihon, den koning der | Amor | ieten, die te Hesbon woonde, dien Mozes en de kinderen Israë |
| ok het land van Og, den koning van Basan: twee koningen der | Amor | ieten, die aan gene zijde van den Jordaan waren tegen den op |
| ebben vele volken voor uwe ogen: de Hethieten, Girgasieten, | Amor | ieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, zeve |
| 0:17 maar gij zult hen verbannen, namelijk de Hethieten, de | Amor | ieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebu |
| en gelijk Hij gedaan heeft aan Sihon en Og, de koningen der | Amor | ieten, en aan hun land, die Hij verdelgd heeft. 31:5 Wanneer |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/10 2Samuel.txt 1 | ||
| aren niet van de kinderen Israëls, maar overgebleven van de | Amor | ieten; maar ofschoon de kinderen Israëls hun gezworen hadden |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/30 Amos.txt 2 | ||
| wijn dergenen, die geboet hebben. 2:9 Nu heb Ik immers den | Amor | iet voor hun aangezicht verdelgd, die zo hoog was als de ced |
| veertig jaar in de woestijn geleid, opdat gij het land der | Amor | ieten zoudt bezitten; 2:11 en Ik heb uit uwe zonen profeten |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/13 1Kronieken.txt 1 | ||
| verwekte Sidon, zijnen eersten zoon, en Heth, 1:14 Jebusi, | Amor | i, Girgasi, 1:15 Hevi, Arki, Sini, 1:16 Arvadi, Zemari en Ha |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/01 Genesis.txt 6 | ||
| verwekte Sidon, zijnen eersten zoon, en Heth, 10:16 Jebusi, | Amor | i, Girgasi, 10:17 Hevi, Arki, Sini, 10:18 Arvadi, Zemari en |
| des, en sloegen het gehele land der Amalekieten, alsmede de | Amor | ieten, die te Hazezon-Tamar woonden. 14:8 Toen trokken uit d |
| bram, den vreemdeling, die woonde in het bos van Mamré, den | Amor | iet, die een broeder van Eskol en Aner was; dezen waren met |
| en na vier geslachten weder hier komen; want de misdaad der | Amor | ieten is nog niet vol. 15:17 Toen nu de zon ondergegaan en h |
| n, de 15:20 Hethieten, de Ferezieten, de Refaïeten de 15:21 | Amor | ieten, de Kanaänieten, de Girgasieten en de Jebuzieten. Gene |
| roeders, hetwelk ik met mijn zwaard en boog uit de hand der | Amor | ieten genomen heb. Genesis 49 49:1 En Jakob riep zijne zonen |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/02 Exodus.txt 4 | ||
| g vloeit, namelijk aan de plaats der Kanaänieten Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten. 3:9 Dewijl dan nu |
| e van Egypte voeren in het land der Kanaänieten, Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, in het land, in h |
| Heer u brengen zal in het land der Kanaänieten, Hethieten, | Amor | ieten, Hevieten en Jebusieten, hetwelk Hij uwen vaderen gezw |
| 23:23 Als nu mijn Engel voor u uitgaat, en u brengt tot de | Amor | ieten, Hethieten, Ferezieten, Kanaänieten, Hevieten en Jebus |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/04 Numeri.txt 13 | ||
| het land, tegen het Zuiden, de Hethieten, en Jebusieten en | Amor | ieten wonen op het gebergte, en de Kanaänieten wonen aan de |
| ie in de woestijn is en die ontspringt aan de landpalen der | Amor | ieten; want de Arnon is de grensscheiding van Moab, tussen M |
| t de Arnon is de grensscheiding van Moab, tussen Moab en de | Amor | ieten. 21:14 Daarom zegt men in het boek der oorlogen des He |
| ziet 21:21 En Israël zond boden naar Sihon, den koning der | Amor | ieten, en liet hem zeggen: 21:22 Laat mij door uw land trekk |
| nam Israël al deze steden in, en woonde in alle steden der | Amor | ieten, te Hesbon en in alle haar onderhorige plaatsen. 21:26 |
| en. 21:26 Want Hesbon was de stad van Sihon, den koning der | Amor | ieten; en hij had te voren met den koning der Moabieten gest |
| zijne dochteren gevangen gevoerd tot Sihon, den koning der | Amor | ieten; 21:30 hunne heerlijkheid is te niet geworden, van Hes |
| an Medeba strekt". 21:31 Alzo woonde Israël in het land der | Amor | ieten. 21:32 En Mozes zond verspieders uit naar Jaëzer, en z |
| er, en zij namen hare onderhorige plaatsen in, en dreven de | Amor | ieten uit, die daarin waren; 21:33 en zij keerden zich en tr |
| gij zult met hem doen gelijk gij met Sihon, den koning der | Amor | ieten, gedaan hebt, die te Hesbon woonde. 21:35 En zij versl |
| :2 En toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israël den | Amor | ieten gedaan had, 22:3 toen vreesden de Moabieten zeer voor |
| en zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, den koning der | Amor | ieten, en het koninkrijk van Og, den koning van Basan, het l |
| sse, gingen naar Gilead, en veroverden het, en verdreven de | Amor | ieten, die daarin waren. 32:40 Toen gaf Mozes Gilead aan Mac |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/09 1Samuel.txt 1 | ||
| aël aan de hand der Filistijnen; en Israël had vrede met de | Amor | ieten. 7:15 En Samuel richtte Israël, zolang hij leefde. 7:1 |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/19 Psalmen.txt 2 | ||
| g, en machtige koningen doodde, 135:11 Sihon den koning der | Amor | ieten, en Og den koning van Basan, en alle koninkrijken in K |
| t zijne goedheid duurt eeuwig: 136:19 Sihon, den koning der | Amor | ieten, want zijne goedheid duurt eeuwig, 136:20 en Og, den k |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/12 2Koningen.txt 1 | ||
| len gedaan heeft, die erger zijn dan al de gruwelen, die de | Amor | ieten gedaan hebben, die Vóór hem geweest zijn, en hij ook J |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/06 Jozua.txt 15 | ||
| gij uit Egypte trokt; en wat gij aan de beide koningen der | Amor | ieten, Sihon en Og, aan gene zijde van den Jordaan, gedaan h |
| ven zal de Kanaänieten, Hethieten, Ferezieten, Girgasieten, | Amor | ieten en Jebusieten. 3:11 Zie, de ark des verbonds van den b |
| ezen te allen tijde. Jozua 5 5:1 Toen nu al de koningen der | Amor | ieten, die aan gene zijde van den Jordaan tegen het Westen w |
| dit volk over den Jordaan gevoerd, om ons in de handen der | Amor | ieten te geven en ons om te brengen? Och, dat wij aan gene z |
| terzijde van den berg Libanon waren, namelijk de Hethieten | Amor | ieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten: 9:2 |
| e gedaan heeft, 9:10 en alwat Hij aan de beide koningen der | Amor | ieten aan gene zijde van den Jordaan gedaan heeft: aan Sihon |
| . 10:5 Toen kwamen te zamen en trokken op vijf koningen der | Amor | ieten: de koning van Jeruzalem, de koning van Hebron, de kon |
| t ons opwaarts, verlos en help ons; want al de koningen der | Amor | ieten, die op het gebergte wonen, hebben zich tegen ons verg |
| Toen sprak Jozua met den Heer op dien dag, toen de Heer de | Amor | ieten overgaf voor de kinderen van Israël, en hij sprak in d |
| woonden: 11:3 de Kanaänieten tegen het Oosten en Westen, de | Amor | ieten, Hethieten, Ferezieten en Jebusieten op het gebergte, |
| ele vlakke veld tegen het Oosten: 12:2 Sihon, de koning der | Amor | ieten, die te Hesbon woonde, en heerste van Aroër af, dat aa |
| eken, in de woestijn en tegen het Zuiden was: de Hethieten, | Amor | ieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten. 12:9 |
| Meara der Sidoniërs tot Afek toe, tot aan den grenspaal der | Amor | ieten; 13:5 alsook het land der Gibleieten, en de gehele Lib |
| Dibon toe; 13:10 en al de steden van Sihon, den koning der | Amor | ieten, die te Hesbon regeerde, tot aan den grenspaal der kin |
| t vlakke veld, en het gehele rijk van Sihon, den koning der | Amor | ieten, die te Hesbon regeerde, dien Mozes sloeg, benevens de |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/11 1Koningen.txt 3 | ||
| Uri, in het land Gilead, het land van Sihon, den koning der | Amor | ieten en van Og, den koning van Basan, was de enige ambtman |
| ijner heerschappij. 9:20 En al het overgebleven volk van de | Amor | ieten, Hethieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, die ni |
| k, daarmede dat hij de afgoden nawandelde in alles zoals de | Amor | ieten gedaan hadden, die de Heer voor de kinderen Israëls ve |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/14 2Kronieken.txt 1 | ||
| schappij. 8:7 En al het overgebleven volk van de Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, die niet van de k |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/15 Ezra.txt 1 | ||
| rezieten, Jebusieten, Ammonieten, Moabieten, Egyptenaars en | Amor | ieten; 9:2 want zij hebben hunne dochters voor zich en hunne |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/16 Nehemia.txt 1 | ||
| m zijnen zade te geven het land der Kanaänieten, Hethieten, | Amor | ieten, Ferezieten, Jebusieten en Girgasieten; en Gij hebt uw |
| nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/26 Ezechiel.txt 2 | ||
| e geboorte is uit het land der Kanaänieten, uw vader uit de | Amor | ieten en uwe moeder uit de Hethieten. 16:4 Uwe geboorte is a |
| verstoten: uwe moeder was uit de Hethieten en uw vader een | Amor | iet; 16:46 Samarië was uwe oudere zuster, met hare dochters, |
| nl/Christendom/1Kronieken 1.txt 1 | ||
| verwekte Sidon, zijnen eersten zoon, en Heth, 1:14 Jebusi, | Amor | i, Girgasi, 1:15 Hevi, Arki, Sini, 1:16 Arvadi, Zemari en Ha |
| nl/Christendom/Genesis 1.txt 6 | ||
| verwekte Sidon, zijnen eersten zoon, en Heth, 10:16 Jebusi, | Amor | i, Girgasi, 10:17 Hevi, Arki, Sini, 10:18 Arvadi, Zemari en |
| des, en sloegen het gehele land der Amalekieten, alsmede de | Amor | ieten, die te Hazezon-Tamar woonden. 14:8 Toen trokken uit d |
| bram, den vreemdeling, die woonde in het bos van Mamré, den | Amor | iet, die een broeder van Eskol en Aner was; dezen waren met |
| en na vier geslachten weder hier komen; want de misdaad der | Amor | ieten is nog niet vol. 15:17 Toen nu de zon ondergegaan en h |
| n, de 15:20 Hethieten, de Ferezieten, de Refaïeten de 15:21 | Amor | ieten, de Kanaänieten, de Girgasieten en de Jebuzieten. Gene |
| roeders, hetwelk ik met mijn zwaard en boog uit de hand der | Amor | ieten genomen heb. Genesis 49 49:1 En Jakob riep zijne zonen |